1. Stefan, un turista en España, entra en una pequeña oficina de correos. Hay silencio. Hay dos ventanillas y un buzón amarillo para cartas. Él tiene una postal en la mano. Quiere enviarla a su casa.
Stefan,
een toerist
in Spanje,
hij komt binnen
in een klein kantoor
van de post.
Er is
stilte.
Er zijn
twee loketten
en een gele brievenbus
voor brieven.
Hij heeft
een postkaart
in zijn hand.
Hij wil
haar versturen
naar zijn huis.
Stefan, een toerist in Spanje, komt een klein postkantoor binnen. Het is er stil. Er zijn twee loketten en een gele brievenbus voor brieven. Hij heeft een postkaart in zijn hand. Hij wil die naar huis sturen.