En la oficina de correos

(Bij het postkantoor)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
1 / 25
__________ dice que sĂ­ y encuentra uno.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
2 / 25
Está contento __________
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 25
Stefan compra el sello.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
4 / 25
hij doet alles in het Spaans.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 25
Hay dos ventanillas y un buzĂłn amarillo para cartas.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
Aan het loket hij praat op een beleefde manier, _____ een beetje nerveus.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
7 / 25
hij kijkt de ansichtkaart nog een keer.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
_______ twee loketten en een gele brievenbus voor brieven.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
9 / 25
Mira la postal _________
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 25
“Quiero un sello para esta postal, por favor.”
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
11 / 25
El empleado dice que sĂ­ y encuentra uno.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
12 / 25
Sonríe y está tranquilo.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
13 / 25
______ enviarla a su casa.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
14 / 25
de medewerker hij begrijpt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
15 / 25
Stefan compra _________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
hij glimlacht _________ rustig.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
__________ hij begrijpt.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
18 / 25
de ansichtkaart ze gaat onderweg.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
19 / 25
Él tiene una postal en la mano.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
20 / 25
Cuesta setenta y cinco céntimos.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
Er is _______
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
hij laat vallen __________ erin.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
23 / 25
Er is stilte.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
24 / 25
En la ventanilla _____ de forma educada, pero un poco nervioso.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
25 / 25
hij laat vallen de ansichtkaart erin.