Los sustantivos españoles más comunes – Lugares y viajes

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Plaatsen en reizen)

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
En la estación compro un billete y pregunto por el camino.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
Al día siguiente busco información de mi vuelo de regreso.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
Elijo un país pequeño y una ciudad tranquila.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 10
Subo al avión, busco mi asiento y cierro los ojos.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
Veo la tierra marrón y las montañas lejos.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
Un empleado habla con calma y la situación mejora.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
Entro con respeto, miro el interior y hablo en voz baja.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
Tomo agua, aplaudo y sonrío.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 10
En cada parada escucho el nombre del pueblo por el altavoz y miro el reloj.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
Yo miro el mapa: el aeropuerto está al oeste y mi hotel está al este.
Globe-mascotte met een krant

Love For Languages Nieuwsbrief

Mis nooit meer een nieuw verhaal of blogbericht!

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en mis nooit meer de publicatie van een nieuw verhaal of blogbericht. Eén keer per maand sturen we je een nieuwsbrief vol taalleertips en een overzicht van alle verhalen en boekhoofdstukken die zijn gepubliceerd.

Bekijk eerdere nieuwsbrieven