Los sustantivos españoles más comunes – Lugares y viajes

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Plaatsen en reizen)

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
En la sala de espera hay ruido, como un autobús o un camión, pero ellos están tranquilos.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
La estación está llena, pero todo es claro.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
El camarero habla rápido, pero yo uso un lenguaje simple y digo “por favor” y “gracias”.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 10
Está en la cima de una colina.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
Un taxista me explica con calma.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
La tierra termina y empieza el agua.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
Al fondo veo montañas verdes y una granja.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
Un amigo va a mi lado, lee el mapa y me dice: “sigue recto”.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 10
Para visitar una isla tomo un avión temprano.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
El tren pasa por un pueblo pequeño y por un área de campos.
Globe-mascotte met een krant

Love For Languages Nieuwsbrief

Mis nooit meer een nieuw verhaal of blogbericht!

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en mis nooit meer de publicatie van een nieuw verhaal of blogbericht. Eén keer per maand sturen we je een nieuwsbrief vol taalleertips en een overzicht van alle verhalen en boekhoofdstukken die zijn gepubliceerd.

Bekijk eerdere nieuwsbrieven