Los sustantivos españoles más comunes – Personas y relaciones

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Mensen en relaties)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
hij praat __________ en hij neemt notities.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
Diezelfde dag, __________ hij bezoekt de dokter voor een controle.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
_______ hij praat met een vrouw bij de deur van het gebouw.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
de broer __________ hij speelt met de zus van het meisje.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
__________ een meisje zij praat over haar vriendje en een jongen hij praat over zijn vriendin.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
In de zaal, een officier hij brengt een map __________ aan de rechter.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
_________ en een officier zij lopen door het gebied en zij stellen vragen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
een oudere dame Zij vraagt naar het museum, en een Amerikaan Hij helpt haar __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Bij de ingang, een dame van de receptie _________ elke persoon met geduld.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
________ de moeder en de vader zij kijken en zij nemen foto's.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
Daarna ________ een korte taak met z'n tweeën en zij lezen zachtjes.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
de baas __________ en hij feliciteert de groep.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
De officier hij kijkt de passagierslijst en de agent hij belt __________ om te bevestigen gegevens.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
Later, de zaak hij komt aan __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
de dokter hij schrijft een kort verslag en hij vraagt rust, water __________ morgen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
Daarna, zij gaan naar het kantoor om te laten zien het werk aan de baas, die ook hij is klant __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
de rechter hij stelt simpele vragen __________ een regel voor nu.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
Tot slot, de officier hij begeleidt de mensen __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
________ het komt aan vroeg: de vrouw zij brengt salade en de man hij brengt brood.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
Er is een slachtoffer dat hij/zij wil gerechtigheid, maar ook hij/zij wil vrede __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
Als zij eindigt de vergadering, ________ zij nemen afscheid en zij zeggen “dank je” zonder ruzie.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
In het park, een jongen _________ op zijn vriendin.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
een agent hij komt aan om nemen ________ van het ongeluk en hij praat rustig.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
een kapitein van de haven hij komt aan en hij praat als leider: “Hier wij zijn mensen, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
__________ en een klasgenote zij zitten samen en zij delen een potlood.