Los sustantivos españoles más comunes – Personas y relaciones

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Mensen en relaties)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
________ hij accepteert en hij gaat zitten.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
_________ van de familie hij vraagt sorry en hij verandert het onderwerp, en iedereen zij beginnen weer te praten rustig.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
de klant hij zegt dat __________ een document.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
de rechter hij stelt simpele vragen en hij besluit _________ voor nu.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
Niemand wil horen “idioot” noch “bastaard”; __________ dat die woorden zij komen van de duivel.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
In mijn straat er zijn __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
Ze stappen in een kind, __________ en een jongen met hun leraar en hun lerares.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
______ zij komen terug naar huis, zij eten brood en zij vertellen hoe het was de dag.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
__________ zij geven elkaar de hand en de zaal die klapt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
een advocaat en een advocate zij praten van de zaak __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
Hun relatie nog die is kort, maar die is ________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
De broer hij zorgt voor de zus, en aan het einde allemaal ________ naar het park zonder haast.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
een persoon zij biedt hem water en een vriend __________ de plek in de rij.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
een klasgenoot en een klasgenote zij zitten _____ en zij delen een potlood.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
een oudere dame Zij vraagt naar het museum, __________ Hij helpt haar met de kaart.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
In de pauze, een meisje zij praat over haar vriendje en een jongen _________ over zijn vriendin.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
Diezelfde dag, het slachtoffer hij bezoekt _________ voor een controle.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
's avonds er is avondeten __________ van de oom en van de tante.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
__________ een jongen hij wacht op zijn vriendin.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
Hij is __________ van een jongen en van een meisje.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
een vriend Hij zegt “duivel!” _____ Hij verliest zijn kaartje, maar iemand Hij/zij ziet het op de grond.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
De baas __________ het plan met woorden simpele en duidelijke.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
Later, de zaak hij komt aan __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
de broer __________ een herinnering en de zus zij lacht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
Iedereen __________ en zij delen een eenvoudige middag.