Un buen día en el gimnasio

(Een goede dag in de sportschool)

25 kaarten over
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
1 / 25
Vandaag Het is zaterdag ’s ochtends.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
2 / 25
Na de sauna, Tom neemt hij een koele douche.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
3 / 25
Hij opent de app van de bank, maar alles lijkt in orde te zijn.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
4 / 25
Na een uur, Tom hij/zij maakt af zijn training.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
5 / 25
ze klikt op een paar knoppen en zegt: “Klaar! probeert u opnieuw nu.”
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
6 / 25
Hij/zij voelt dat zijn lichaam Hij/zij wordt wakker.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
7 / 25
De lucht is schoon en fris, en hij geniet van het korte ritje.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
8 / 25
Zijn spieren zij voelen zich warm en sterk.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
9 / 25
hij probeert het nog een keer, maar werkt nog niet.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
10 / 25
Hij denkt over hoe zijn ochtend begon met een probleem maar het eindigde perfect.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
11 / 25
Elke dag hij probeert te doen iets actiefs.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
12 / 25
“Ik voel me sterk en levend.”
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
13 / 25
hij werkt op een kantoor doordeweeks als projectmanager.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
14 / 25
Tom hij voelt zich deel van een team, ook al iedereen zij trainen alleen.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
15 / 25
Andere mensen zij lopen langs hem en zij gaan de sportschool in.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
16 / 25
Hij voelt zich gelukkig om tijd te hebben om de dingen te doen die hij leuk vindt.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
17 / 25
neemt een extra kop koffie om wakker te worden.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
18 / 25
Hij ademt diep frisse lucht.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
19 / 25
Op haar naamkaartje staat “María”.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
20 / 25
De training hij/zij is heel intens.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
21 / 25
De sportschool is niet ver van zijn huis.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
22 / 25
Misschien hij gaat op de fiets morgen als het mooi weer is.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
23 / 25
Daarna kijkt hij naar de receptie en hij besluit om hulp te vragen.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
24 / 25
Hij voelt zich vol energie en blij.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
25 / 25
Hij begint zich te voelen een beetje bezorgd.