Un saludo rápido

(Een snelle begroeting)

23 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 23
“Ik ook”, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 23
__________ gaan naar een vergadering”, Lena (zij) zegt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 23
zij houdt een klein kopje koffie in haar rechterhand __________ naar haar kantoor.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 23
__________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 23
De twee (zij) kijken op __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 23
“Het is heel fijn jou te zien ______
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 23
________ Hoe ben je?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 23
“Wat dacht je van volgende woensdag ________ bij Pinnucio's Pizza Bar?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 23
Lena zij gaat naar buiten __________ na de lunch.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 23
Dan _________ een stem.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 23
__________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 23
__________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 23
_______ perfect voor mij”, Noah (hij) zegt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 23
“Hallo, Lena. _____ ben je?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 23
“Wij moeten __________ snel”, Lena (zij) zegt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 23
“Geweldig, wij zien elkaar dan”, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 23
Noah (hij) glimlacht __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 23
Het is _____ een oude vriend van school.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 23
_______ goed, alleen een beetje druk”, zegt ze en ze glimlacht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 23
“Op een dag kunnen wij _______ samen”, zegt hij.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 23
“Hallo, _____ Lang niet gezien!”, zegt zij.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 23
__________ zegt hij.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 23
“Mijn bus (hij) komt al”, __________