Un saludo rápido

(Een snelle begroeting)

25 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 25
“Es perfecto para mí”, dice Noah.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
2 / 25
“Hola, _____ ¿Cómo estás?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
De twee (zij) kijken op __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
4 / 25
__________ ir a una reunión”, dice Lena.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
“Het is _____ fijn jou te zien weer.”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
6 / 25
__________ y está de acuerdo.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 25
“Un día podemos almorzar juntos”, dice él.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
__________
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 25
“¡Buena idea!”
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
10 / 25
Hij lacht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
“Geweldig, wij zien elkaar dan”, __________
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
12 / 25
“En jij? Hoe ben je?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
“Mijn bus (hij) komt al”, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
14 / 25
_______
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
15 / 25
“Me gustaría”, dice.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
16 / 25
Lleva un café pequeño en la mano derecha y camina a su oficina.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
17 / 25
zij houdt een klein kopje koffie in haar rechterhand en zij loopt naar haar kantoor.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
18 / 25
“Wij moeten elkaar te zien snel”, Lena (zij) zegt.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
19 / 25
“Ik ook”, Noah (hij) zegt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
20 / 25
“Un día podemos ________ juntos”, dice él.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
21 / 25
Entonces escucha una voz.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
__________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
23 / 25
__________ dice Noah.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
24 / 25
“¡Hola, Noah! ¡Cuánto tiempo sin verte!”, dice ella.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
25 / 25
“Geweldig, wij zien elkaar dan”, Lena (zij) zegt.