Un saludo rápido

(Een snelle begroeting)

10 kaarten over
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
1 / 10
“Hallo, Lena. Hoe ben je?”
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
2 / 10
“Op een dag kunnen wij lunchen samen”, zegt hij.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
3 / 10
Hij lacht.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
4 / 10
Noah (hij) glimlacht en hij is het ermee eens.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
5 / 10
“Geweldig, wij zien elkaar dan”, Lena (zij) zegt.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
6 / 10
De twee (zij) kijken op hun horloges.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
7 / 10
“Ik ook”, Noah (hij) zegt.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
8 / 10
“Ik zou graag willen”, zegt hij.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
9 / 10
“En ik moet gaan naar een vergadering”, Lena (zij) zegt.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
10 / 10
“Goed idee!”