Meurtre à Montpellier

(Moord in Montpellier)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
Pierre hij knikt _________ en hij staat op.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
Haar ogen ________ rood geworden door de tranen, maar haar stem het is stabiel.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
Élise kijkt hem aan en haar lippen __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
__________ hij schudt het hoofd en hij trekt een gezicht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
Een tram hij glijdt __________ van het politiebureau.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
“Wij hebben __________ de kamers en de tuin.”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
De afzender Hij is __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
Het motief zou kunnen zijn _____ en angst.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Hij geeft een teken __________ bij de deur.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
een telefoniste van de centrale __________ zij spreekt snel en duidelijk:
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
“Gelieve __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
niets __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
Dan _________ zij wordt hard.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
Een fles Châteauneuf‑du‑Pape _____ half leeg.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
De camera’s hebben u gezien bij het huis om acht uur ’s avonds — u bent __________ daarna weer vertrokken.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
Hij bekijkt __________ vlak bij de Rue Foch.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
De agent __________ Élise.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
__________ Pierre Lemaire hij is onderweg.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
Élise aarzelt, _____ accepteert.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
__________ om eenentwintig uur dertig.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
__________ op de rechter.”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
Hij maakt ______ en hij noteert de tijd.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
Hij legt __________ op de tafel.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
Hij vraagt de lijst met lessen __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
“Breng haar naar de cel,” __________