All’ufficio postale

(Bij het postkantoor)

20 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 20
______ stil.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 20
Deze ansichtkaart ______ geschikt voor internationale post.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 20
Hij stopt de ansichtkaart _____
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 20
__________ Zij vertrekt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 20
Ik zou willen een postzegel _____ deze ansichtkaart.”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 20
Hij plakt __________ rechtsboven.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 20
De medewerker __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 20
De medewerker Hij knikt en hij vindt er _____
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 20
______ blij van zijn bericht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 20
______ hij koopt de postzegel.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 20
Er zijn twee loketten __________ voor de post.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 20
________ vijfenzeventig cent.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 20
aan het loket __________ beleefd maar een beetje onzeker.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 20
__________ opnieuw de ansichtkaart.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 20
Stefan, een toerist __________ Hij komt binnen in een klein postkantoor.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 20
Hij heeft gedaan alles __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 20
Er is een rode brievenbus __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 20
Hij wil __________ naar huis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 20
Hij glimlacht __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 20
Hij houdt in de hand __________