Caffè sotto la pioggia

(Regenachtige koffie)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
1 / 25
“È _____ buono”.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
2 / 25
Hij wacht een minuut onder het dak van het gebouw.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 25
Vado in casa per un caffè e provo di nuovo tra pochi minuti.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
4 / 25
“Ik heb espresso vers.”
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 25
Dice: “niente pioggia adesso”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
6 / 25
Vede la pioggia __________ vicino a Giancarlo.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 25
Giancarlo dice: “Oggi il tempo non è buono”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
__________ Andre, hij gaat naar buiten ook hij.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
9 / 25
“Het is heel lekker”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
10 / 25
_____ in casa per un caffè e provo di nuovo tra pochi minuti.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
11 / 25
Fuori piove.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
12 / 25
Il vicino, ______ esce anche lui.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
Giancarlo _________ “Vandaag het weer het is niet goed”.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
14 / 25
Andre dice: “Guardo il meteo”.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
15 / 25
Hij ziet de regen en hij stopt dicht bij Giancarlo.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
Buiten __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
De twee zij gaan __________ van Andre en zij drinken de koffie.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
Giancarlo hij zegt: “Goed ______
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
19 / 25
Buiten het regent.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
Het is __________
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
21 / 25
I due vanno nell'appartamento di Andre e bevono il caffè.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
22 / 25
Giancarlo dice: “Ottima idea”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
23 / 25
Andre sorride: “Vuoi venire __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
24 / 25
Fuori ______
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
25 / 25
de buurman, Andre, hij gaat naar buiten ook hij.