Comprare il necessario

(Noodzakelijke boodschappen doen)

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
Ci sono molti tipi: pane bianco, pane integrale, piccoli panini.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
“Vengo con lei?”, chiede.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
Quando torna indietro vede un grande frigo pieno di formaggi.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 10
“Buonasera, sì, ho trovato tutto”, dice Veronica.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
“Buonasera. Ha trovato tutto?”
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
Il supermercato è piccolo e un po’ buio.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
Vuole comprare acqua, pane, formaggio, una scatoletta di tonno e un po’ di frutta.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
È abbastanza per stasera.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 10
Ci sono scaffali con pasta, vasetti di salsa, bottiglie di acqua e di succo.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
In fondo Veronica vede un frigo con latte, formaggio e yogurt.
Globe-mascotte met een krant

Love For Languages Nieuwsbrief

Mis nooit meer een nieuw verhaal of blogbericht!

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en mis nooit meer de publicatie van een nieuw verhaal of blogbericht. Eén keer per maand sturen we je een nieuwsbrief vol taalleertips en een overzicht van alle verhalen en boekhoofdstukken die zijn gepubliceerd.

Bekijk eerdere nieuwsbrieven