I sostantivi italiani più comuni – Tempo e calendario

(De meest voorkomende Italiaanse zelfstandige naamwoorden – Tijd & kalender )

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
In quel secondo capisco che posso andare più piano.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
Ogni stagione mi dà voglia di cose diverse: in primavera esco, in autunno leggo di più.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
In ottobre metto una giacca e penso già all’inverno.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 10
A maggio faccio più passeggiate e sto volentieri fuori.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
A maggio le giornate sono più calde e io sto fuori più spesso.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
In inverno apprezzo il caldo e in estate cerco l’ombra.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
Metto una misura per il tempo della festa: due ore, poi si vede.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
Poi apro il calendario e guardo il mese per capire cosa mi aspetta.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 10
Per questo divido l’anno in un periodo alla volta: una settimana, poi un’altra.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
A volte mi basta un attimo per capire che devo rallentare.
Globe-mascotte met een krant

Love For Languages Nieuwsbrief

Mis nooit meer een nieuw verhaal of blogbericht!

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en mis nooit meer de publicatie van een nieuw verhaal of blogbericht. Eén keer per maand sturen we je een nieuwsbrief vol taalleertips en een overzicht van alle verhalen en boekhoofdstukken die zijn gepubliceerd.

Bekijk eerdere nieuwsbrieven