Incontro al Duomo di Milano

(Ontmoeting bij de Duomo van Milaan)

25 kaarten over
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
1 / 25
Hoi Jan!
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 25
Jan cammina vicino al Duomo.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
3 / 25
“E __________
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
4 / 25
Ik ga naar de supermarkt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
__________ Giuseppe.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 25
Sono amici!”
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
7 / 25
Wat doe jij hier?
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
8 / 25
Zij gaan nog naar de internationale school?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Hij ziet __________ Giuseppe.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
10 / 25
“È _____
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
11 / 25
Come sta la tua famiglia?
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
Ik heb behoefte aan __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
“Dag Jan, __________
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
14 / 25
hij vraagt Giuseppe.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
15 / 25
“È vero!
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
16 / 25
“A presto, Giuseppe!”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
17 / 25
_____ al supermercato.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
18 / 25
Vado al supermercato.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
Het is __________
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
20 / 25
I bambini stanno bene?
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
21 / 25
“Ciao Jan, __________
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
22 / 25
Zij zijn vrienden!”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
23 / 25
Cosa fai _____
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
“Ja, ________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
25 / 25
______ Giuseppe.