Padroneggia i 100 Verbi Essenziali

(Leer de 100 Essentiële Werkwoorden)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
Hij gaat weg _________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
Wij ______ de borden.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
_____ gaat de klas in.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
Hij ______ acht uur.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
_____ komen aan op het station.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
Wij maken klaar __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
Zij _____ de klas in.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
_____ drinken water.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Wij gaan __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
Zij ______ de borden.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
_____ gaan weg van huis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
______ maken klaar het ontbijt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
_____ gaat naar school.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
Jullie drinken ______
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
Ik _____ naar huis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
Ik slaap _________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
Ik _____ naar school.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
______ koken het avondeten.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
______ gaan naar school.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
Jij _____ de borden.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
_____ komt naar huis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
_____ wonen in een klein huis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
Ik _______ op het station.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
Jullie ______ de borden.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
Hij gaat __________