Sabato al parco con Fido

(Zaterdag in het park met Fido)

21 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 21
Dan zij komt __________ met een kleine hond.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 21
Luca hij neemt ______ uit de tas.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 21
Het gras ______ groen en de lucht het is fris.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 21
__________ hij klapt in zijn handen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 21
Het park ______ dicht bij huis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 21
Hij zegt: __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 21
Luca __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 21
zij maken __________ op het pad van het park met Fido.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 21
Het broertje hij gooit _______
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 21
_________ dicht bij hen en zij vraagt: “Hoe heet hij/zij jouw hond?”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 21
Luca hij gooit _______
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 21
_____ de zon.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 21
Luca hij brengt Fido naar het park __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 21
De hond ________ snel en hij neemt de bal.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 21
De kinderen _________ de twee honden.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 21
_____ hij beweegt de staart en hij springt blij.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 21
Als Fido __________ Luca hij geeft de bal aan het broertje.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 21
Luca hij antwoordt: _______
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 21
Daarna zij komen terug naar huis samen __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 21
Het is __________ op zaterdag.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 21
De mevrouw __________ “Wat een mooie naam!”.