Sabato al parco con Fido

(Zaterdag in het park met Fido)

25 kaarten over
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
1 / 25
Het is een ochtend op zaterdag.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 25
Fido muove la coda e salta felice.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
Het broertje _________ de bal.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
4 / 25
Luca prende la palla __________
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 25
Luca prende la palla dalla borsa.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
________ het is dicht bij huis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
7 / 25
Poi _______ a casa insieme per la merenda.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
______ een ochtend op zaterdag.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
9 / 25
Als Fido hij komt terug, Luca hij geeft de bal aan het broertje.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
10 / 25
Dan zij komt een mevrouw met een kleine hond.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
11 / 25
C’ù il sole.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
Dan zij komt __________ met een kleine hond.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
zij maken __________ op het pad van het park met Fido.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
14 / 25
La signora sorride: “Che bel nome!”.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
15 / 25
Si ferma vicino a loro e chiede: “Come si chiama il tuo cane?”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
16 / 25
Quando Fido ______ Luca dĂ  la palla al fratellino.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
__________ zij aaien de twee honden.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
18 / 25
Quando Fido torna, Luca dĂ  la palla al fratellino.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
19 / 25
Il fratellino batte ________
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
20 / 25
Luca hij gooit de bal.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
21 / 25
Het broertje hij klapt in zijn handen.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
22 / 25
De mevrouw zij glimlacht: “Wat een mooie naam!”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
23 / 25
La signora sorride: __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
24 / 25
Luca risponde: _______
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
25 / 25
Poi tornano a casa insieme per la merenda.