Un incontro a Roma

(Een ontmoeting in Rome)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
__________ op zaterdagochtend.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
_______ juist?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
De koffie _________ naar koffie.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
__________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
Giulia zij is _____
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
______ zij heeft honger.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
Giulia zij kijkt __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
________ Het is aan het beginnen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
__________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
_____ wij hebben gepraat tweeënhalf uur!”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
______ vreselijk.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
______ perfect.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
hij wil zien hoe reageert hij ________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
__________ het menu.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
“Oh! _______ zegt hij.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
__________ Hij antwoordt Marco.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
_______ Hij denkt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
“ik moet gaan _____
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
ik lees _________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
__________ zijn zij raar.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
“Hoe __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
“Dan, een cappuccino, een espresso, een croissant __________ Is het correct?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
Haar leerlingen Zij hebben __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
“Ja! Zaterdag is ________ Hoe laat?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
“Wat doe je __________ hij vraagt Marco.