Los sustantivos españoles más comunes – Conceptos esenciales
(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Kernbegrippen)
1. Por la mañana
’s ochtends
camino
ik loop
despacio
langzaam
por el camino
over de weg
al trabajo.
naar het werk.
Miro
ik kijk
el reloj
de klok
y cuento
en ik tel
cada segundo,
elke seconde,
porque
omdat
a veces
soms
tengo
ik heb
prisa.
haast.
En mi cabeza
in mijn hoofd
aparece
zij verschijnt
una preocupación,
een zorg,
pero respiro.
maar ik adem.
El sentimiento
het gevoel
cambia:
het verandert:
primero
eerst
es
het is
miedo
angst
y luego
en daarna
calma.
rust.
Si
als
llueve,
het regent,
uso
ik gebruik
paraguas;
een paraplu;
si no,
anders,
miro
ik kijk
el cielo.
de lucht.
Veo
ik zie
árboles,
bomen,
escucho
ik hoor
pájaros
vogels
y sigo.
en ik ga door.
No hablo
ik praat niet
con nadie,
met niemand,
solo
alleen
camino.
ik loop.
Este camino
deze weg
es
hij is
corto
kort
y seguro.
en veilig.
Cuando
wanneer
llego,
ik kom aan,
siento
ik voel
que
dat
el día
de dag
empieza
hij begint
bien.
goed.
’s Ochtends loop ik langzaam over de weg naar het werk. Ik kijk op de klok en tel elke seconde, want soms heb ik haast. In mijn hoofd verschijnt een zorg, maar ik adem. Het gevoel verandert: eerst is het angst en daarna rust. Als het regent, gebruik ik een paraplu; anders kijk ik naar de lucht. Ik zie bomen, ik hoor vogels en ik ga door. Ik praat met niemand, ik loop alleen. Deze weg is kort en veilig. Wanneer ik aankom, voel ik dat de dag goed begint.
2. En mi mochila
In mijn rugzak
llevo
Ik neem mee
un pedazo de pan
een stuk brood
y otras cosas pequeñas.
en andere kleine dingen.
También
Ook
hay
is er
una fruta
een stuk fruit
y una libreta.
en een notitieboekje.
Todo
Alles
está
het zit
en un conjunto simple:
in een eenvoudige set:
comida,
eten,
agua
water
y un libro.
en een boek.
Tengo
Ik heb
deseo
wens
de aprender
om te leren
palabras nuevas,
nieuwe woorden,
pero
maar
también
ook
necesito
Ik heb nodig
descanso.
rust.
El libro
het boek
es
het is
fácil
makkelijk
y corto.
en kort.
Leo
Ik lees
una página
één pagina
y hago
en ik maak
una nota rápida.
een snelle notitie.
Así
Zo
mi deseo
mijn wens
crece
hij groeit
y mi mente
en mijn hoofd
descansa.
het rust.
Cuando paro
Als ik stop
en un banco,
op een bankje,
como
Ik eet
el pedazo
het stuk
y cierro
en ik sluit
los ojos.
de ogen.
Después
Daarna
guardo
Ik berg op
las cosas
de spullen
y sigo.
en ik ga verder.
In mijn rugzak neem ik een stuk brood en andere kleine dingen mee. Er is ook een stuk fruit en een notitieboekje. Alles zit in een eenvoudige set: eten, water en een boek. Ik heb de wens om nieuwe woorden te leren, maar ik heb ook rust nodig. Het boek is makkelijk en kort. Ik lees één pagina en ik maak snel een notitie. Zo groeit mijn wens en rust mijn hoofd. Als ik op een bankje stop, eet ik het stuk en sluit ik mijn ogen. Daarna berg ik de spullen op en ga ik verder.
3. En la oficina
Op kantoor
firmo
Ik teken
un cheque
een cheque
para el pago
voor de betaling
de un curso.
van een cursus.
Es
Het is
un pago pequeño,
een kleine betaling,
pero importante
maar belangrijk
para mí.
voor mij.
No busco
Ik zoek niet
una excusa;
een excuus;
quiero
Ik wil
hacerlo
het doen
bien
goed
y a tiempo.
en op tijd.
Guardo
Ik berg op
el cheque
de cheque
en una carpeta
in een map
y reviso
en ik controleer
el nombre
de naam
dos veces.
twee keer.
También
Ook
anoto
Ik noteer
la fecha
de datum
y el número
en het nummer
en mi cuaderno.
in mijn schrift.
Si tengo
Als ik heb
una duda,
een vraag,
pido
Ik vraag
soporte
hulp
al compañero
aan de collega
de la mesa.
van het bureau.
Con su ayuda
Met zijn hulp
crece
het groeit
mi confianza.
mijn vertrouwen.
Entonces
Dan
entrego
Ik geef
el cheque,
de cheque,
respiro
Ik adem
y sigo
en ik ga verder
con mi trabajo.
met mijn werk.
Op kantoor teken ik een cheque voor de betaling van een cursus. Het is een kleine betaling, maar het is belangrijk voor mij. Ik zoek geen excuus; ik wil het goed en op tijd doen. Ik berg de cheque op in een map en ik controleer de naam twee keer. Ik noteer ook de datum en het nummer in mijn schrift. Als ik een vraag heb, vraag ik hulp aan de collega aan het bureau. Met zijn hulp groeit mijn vertrouwen. Dan geef ik de cheque, adem ik, en ga ik verder met mijn werk.
4. Al mediodía
Rond het middaguur
tomo
Ik neem
una bebida caliente
een warme drank
con un amigo querido.
met een lieve vriend.
Nos sentamos
Wij gaan zitten
cerca de la ventana
dicht bij het raam
y hablamos
en wij praten
despacio.
rustig.
Le cuento
Ik vertel hem
mi sueño:
mijn droom:
estudiar
studeren
y viajar,
en reizen,
sin prisa.
zonder haast.
Él sonríe
Hij glimlacht
y dice:
en hij zegt:
“Ese plan
“Dat plan
es
het is
mío
van mij
también”.
ook”.
Entonces
Dan
reímos
Wij lachen
y la conversación
en het gesprek
se vuelve
het wordt
diversión.
leuk.
Pagamos
Wij betalen
la bebida
het drankje
y caminamos
en wij lopen
un poco.
een beetje.
El aire
de lucht
es
het is
fresco
fris
y siento
en ik voel
un buen sentimiento.
een goed gevoel.
Antes de
Voordat
volver
terug te gaan
al trabajo,
naar het werk,
escribo
Ik schrijf
una idea nueva
een nieuw idee
para mi sueño.
voor mijn droom.
Rond het middaguur neem ik een warme drank met een lieve vriend. Wij gaan zitten dicht bij het raam en we praten rustig. Ik vertel hem mijn droom: studeren en reizen, zonder haast. Hij glimlacht en zegt: “Dat plan is ook van mij”. Dan lachen we en het gesprek wordt leuk. We betalen het drankje en lopen een beetje. De lucht is fris en ik voel een goed gevoel. Voordat ik terugga naar het werk, schrijf ik een nieuw idee voor mijn droom.
5. En la tarde,
's middags,
en una sentada corta,
in een korte zit,
escucho
Ik luister
la bienvenida
het welkom
de la jefa
van de baas
a los nuevos.
voor de nieuwkomers.
Todos
Iedereen
están
Zij zijn
atentos
aandachtig
y quietos.
en stil.
De pronto
Plots
un golpe de viento
een windstoot
entra
Hij/zij komt binnen
por la ventana
door het raam
y mueve
en hij/zij beweegt
las hojas
de blaadjes
del papel.
van het papier.
La jefa
de baas
sigue
Zij gaat door
y habla
en zij praat
con calma.
rustig.
Yo pienso
Ik denk
en la vida
aan het leven
y en la muerte,
en aan de dood,
y recuerdo
en ik herinner me
que el tiempo
dat de tijd
pasa
Hij/zij gaat voorbij
rápido.
snel.
Este pensamiento
Deze gedachte
es
Hij/zij is
fuerte,
sterk,
pero me ayuda.
maar het helpt mij.
No quiero
Ik wil niet
vivir
leven
con preocupación.
met zorgen.
Al final
Aan het einde
aplaudimos
Wij klappen
y sonreímos.
en wij glimlachen.
's Middags luister ik in een korte zit naar het welkom van de baas voor de nieuwkomers. Iedereen is aandachtig en stil. Plots komt er een windstoot door het raam en hij beweegt de blaadjes papier. De baas gaat door en praat rustig. Ik denk aan het leven en de dood, en ik herinner me dat de tijd snel voorbijgaat. Die gedachte is sterk, maar hij helpt mij. Ik wil niet leven met zorgen. Aan het einde klappen we en glimlachen we.
6. Cuando termina
Wanneer het eindigt
la reunión,
de vergadering,
miro
Ik kijk
el reloj
de klok
otra vez.
weer.
Cada segundo
Elke seconde
cuenta,
Het telt,
pero hoy
maar vandaag
no quiero
Ik wil niet
prisa.
haast.
Camino
Ik loop
por la sala
door de zaal
y recojo
en ik pak
mis cosas
mijn spullen
con cuidado.
voorzichtig.
Pongo
Ik leg
todo
alles
en un conjunto ordenado:
in een nette set:
libreta,
notitieboekje,
llave
sleutel
y teléfono.
en telefoon.
En mi bolsillo
In mijn zak
encuentro
Ik vind
el cheque
de cheque
del pago
van de betaling
y una pequeña bebida
en een klein drankje
de agua.
van water.
Con esta rutina
Met deze routine
siento
Ik voel
menos preocupación
minder zorgen
y trabajo
en ik werk
mejor.
beter.
Si falta algo,
Als het ontbreekt,
lo noto
Ik merk het
rápido.
snel.
Luego
Dan
tomo
Ik neem
un descanso
een pauze
de dos minutos
van twee minuten
antes de empezar
voordat ik begin
de nuevo.
opnieuw.
Wanneer de vergadering klaar is, kijk ik weer naar de klok. Elke seconde telt, maar vandaag wil ik geen haast. Ik loop door de zaal en ik pak mijn spullen voorzichtig. Ik leg alles in een nette set: notitieboekje, sleutel en telefoon. In mijn zak vind ik de cheque van de betaling en een klein drankje water. Met deze routine voel ik minder zorgen en werk ik beter. Als er iets ontbreekt, merk ik het snel. Daarna neem ik twee minuten pauze voordat ik opnieuw begin.
7. Antes de salir,
Voor ik vertrek,
escribo
Ik schrijf
una nota
een briefje
para pedir
om te vragen
soporte técnico
technische ondersteuning
mañana.
morgen.
No es
Het is niet
una excusa;
een excuus;
es
Het is
un paso
een stap
para mejorar.
om te verbeteren.
Hablo
Ik praat
con un colega
met een collega
y pido
en ik vraag
ayuda
hulp
con calma.
rustig.
Con más confianza,
Met meer vertrouwen,
mi deseo
mijn wens
es
Het is
terminar
afmaken
el proyecto
het project
sin errores.
zonder fouten.
Si tengo una duda,
Als ik een vraag heb,
la escribo,
Ik schrijf het,
y así
en zo
mañana
morgen
es
Het is
más fácil.
makkelijker.
Después
Daarna
cierro
Ik sluit
el computador
de computer
y preparo
en ik bereid voor
un buen descanso.
een goede rust.
En el camino
Onderweg
a casa
naar huis
pienso
Ik denk
en mi sueño.
aan mijn droom.
Este plan
Dit plan
es
Het is
mío
van mij
y lo cuido.
en ik zorg ervoor.
Voor ik wegga, schrijf ik een briefje om morgen technische ondersteuning te vragen. Het is geen excuus; het is een stap om beter te worden. Ik praat met een collega en vraag rustig om hulp. Met meer vertrouwen is mijn wens: het project afmaken zonder fouten. Als ik een vraag heb, schrijf ik die op, en zo is morgen makkelijker. Daarna sluit ik de computer en bereid ik een goede rust voor. Onderweg naar huis denk ik aan mijn droom. Dit plan is van mij en ik zorg ervoor.
Onjuistheid in dit verhaal gevonden? Laat het ons weten!