Los sustantivos españoles más comunes – Hogar y objetos
(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Huis en voorwerpen)
1. Mi hogar
Mijn huis
es
het is
pequeño,
klein,
pero
maar
cómodo.
comfortabel.
En mi casa
In mijn huis
hay
er is
una habitación
een kamer
para dormir
om te slapen
y otra
en een andere
para comer.
om te eten.
En la habitación
In de kamer
está
het staat
la cama
het bed
y, al lado,
en daarnaast,
una mesa
een tafel
con el teléfono.
met de telefoon.
Junto a la ventana
Naast het raam
tengo
ik heb
un asiento
een stoel
para leer.
om te lezen.
Cuando
Als
estoy
ik ben
cansado,
moe,
me siento
ik ga zitten
en el asiento
op de stoel
y miro
en ik kijk
la ventana.
het raam.
Cada mañana
Elke ochtend
abro
ik open
la puerta,
de deur,
miro
ik kijk
el suelo limpio
de schone vloer
y entra
en komt er
luz.
licht binnen.
Por la noche
's avonds
cierro
ik sluit
la puerta,
de deur,
dejo
ik leg neer
el teléfono
de telefoon
en la mesa
op de tafel
y busco
en ik zoek
paz.
rust.
Mijn huis is klein, maar comfortabel. In mijn huis zijn er twee kamers: één om te slapen en één om te eten. In de kamer staat het bed en daarnaast staat een tafel met de telefoon. Naast het raam heb ik een stoel om te lezen. Als ik moe ben, ga ik op de stoel zitten en kijk ik naar het raam. Elke ochtend open ik de deur, kijk ik naar de schone vloer en komt er licht binnen. 's Avonds sluit ik de deur, leg ik de telefoon op de tafel en zoek ik rust.
2. Después de trabajar,
Na het werken,
entro
Ik ga naar binnen
en la casa
in het huis
y busco
en ik zoek
la llave
de sleutel
en mi bolsa.
in mijn tas.
La bolsa
De tas
es
hij is
grande
groot
y siempre
en altijd
la llevo
ik draag hem
conmigo.
bij me.
En la habitación
In de kamer
pongo
ik doe
la ropa
de kleren
en una caja
in een doos
para lavar.
om te wassen.
En la cama
Op het bed
dejo
ik laat
una cubierta suave
een zachte deken
y limpio
en ik maak schoon
el suelo.
de vloer.
No me gusta
Ik vind het niet leuk
ver
zien
ropa
kleding
en el suelo.
op de vloer.
A veces
Soms
cuelgo
ik hang op
un vestido
een jurk
en la puerta
aan de deur
para usarlo
om het te dragen
mañana.
morgen.
Luego
Dan
dejo
ik laat
la bolsa
de tas
en la mesa
op de tafel
y cierro
en ik sluit
la puerta
de deur
con la llave.
met de sleutel.
Me siento
Ik ga zitten
un momento
een moment
y descanso.
en ik rust.
Na het werk kom ik het huis binnen en zoek ik in mijn tas naar de sleutel. De tas is groot en ik heb hem altijd bij me. In de kamer doe ik de kleren in een doos om te wassen. Op het bed laat ik een zachte deken liggen en maak ik de vloer schoon. Ik vind het niet fijn om kleding op de vloer te zien. Soms hang ik een jurk aan de deur om hem morgen te dragen. Daarna zet ik de tas op de tafel en sluit ik de deur met de sleutel. Ik ga even zitten en rust uit.
3. Hoy
Vandaag
preparo
ik maak klaar
un regalo
een cadeau
para mi amiga.
voor mijn vriendin.
Lo hago
Ik doe het
en la mesa,
op de tafel,
junto a la ventana,
bij het raam,
con calma.
rustig.
Pongo
Ik doe
el regalo
het cadeau
en una caja
in een doos
y la cierro
en ik sluit hem
con papel bonito.
met mooi papier.
Escribo
Ik schrijf
su nombre
haar naam
y uso
en ik gebruik
un poco de fuerza
een beetje kracht
para doblar
om te vouwen
el papel.
het papier.
Después
Daarna
llamo
ik bel
por teléfono
telefonisch
y digo:
en ik zeg:
"Hay
“Er is
un regalo
een cadeau
para ti".
voor jou”.
Ella viene
Zij komt
a mi casa,
naar mijn huis,
abro
ik open
la puerta
de deur
y le doy
en ik geef haar
la caja.
de doos.
Se sienta
Ze gaat zitten
en un asiento,
op een stoel,
rompe
ze scheurt
el papel
het papier
y suelta
en ze lacht
una risa.
een lach.
Yo también siento
Ik voel ook
paz.
rust.
Vandaag maak ik een cadeau klaar voor mijn vriendin. Ik doe het rustig aan de tafel bij het raam. Ik stop het cadeau in een doos en sluit hem met mooi papier. Ik schrijf haar naam erop en gebruik een beetje kracht om het papier te vouwen. Daarna bel ik en zeg ik: “Er is een cadeau voor jou”. Ze komt naar mijn huis; ik open de deur en geef haar de doos. Ze gaat op een stoel zitten, scheurt het papier open en lacht. Ik voel rust.
4. En el patio
In de patio
de la casa
van het huis
jugamos
wij spelen
con una pelota.
met een bal.
La pelota
De bal
rueda
hij rolt
por el suelo
over de vloer
y a veces
en soms
golpea
hij raakt
la puerta.
de deur.
Mi hermano
Mijn broer
quiere
hij wil
hacer
maken
un récord
een record
de pases
van passen
sin caer.
zonder te vallen.
Yo cuento
Ik tel
en voz alta
hardop
y uso
en ik gebruik
fuerza
kracht
para correr
om te rennen
rápido.
snel.
Hay
Er is
un pequeño público:
een klein publiek:
dos vecinos
twee buren
y mi amiga.
en mijn vriendin.
Todos
Iedereen
sueltan
zij lachen
risa
gelach
cuando
wanneer
una mosca
een vlieg
se posa
hij landt
en la pelota.
op de bal.
Después,
Daarna,
nos sentamos
wij gaan zitten
en un asiento.
op een stoel.
Luego
Dan
guardo
ik berg op
la pelota
de bal
en una caja
in een doos
y cierro
en ik sluit
la puerta.
de deur.
In de patio van het huis spelen we met een bal. De bal rolt over de vloer en soms raakt hij de deur. Mijn broer wil een record halen met passen zonder te vallen. Ik tel hardop en gebruik kracht om snel te rennen. Er is een klein publiek: twee buren en mijn vriendin. Iedereen lacht als een vlieg op de bal landt. Daarna gaan we op een stoel zitten. Dan berg ik de bal op in een doos en sluit ik de deur.
5. En la mañana
's ochtends
limpio
Ik maak schoon
la habitación.
de kamer.
Abro
Ik open
la ventana
het raam
y entra
en er komt binnen
aire
lucht
fresco.
fris.
Con un paño
Met een doek
paso
Ik veeg
por la mesa
over de tafel
y quito
en ik haal weg
polvo.
stof.
Miro
Ik kijk
el suelo
de vloer
y recojo
en ik raap op
una bolsa vieja.
een oude tas.
Cierro
Ik sluit
la puerta
de deur
para que
zodat
no entre
zij komt niet binnen
la mosca.
de vlieg.
Luego
Daarna
hago
Ik maak
la cama
het bed
y pongo
en ik leg
la cubierta
de deken
recta.
recht.
Pongo
Ik leg
la ropa limpia
de schone kleren
en una caja
in een doos
y dejo
en ik leg neer
la llave
de sleutel
en la mesa.
op de tafel.
También
Ook
preparo
Ik zet klaar
un asiento
een stoel
junto a la ventana
bij het raam
para leer.
om te lezen.
Cuando
Wanneer
todo
alles
está
het is
bien,
goed,
siento
Ik voel
paz
rust
en mi hogar.
in mijn huis.
's Ochtends maak ik de kamer schoon. Ik open het raam en er komt frisse lucht binnen. Met een doek ga ik over de tafel en haal ik het stof weg. Ik kijk naar de vloer en raap een oude tas op. Ik sluit de deur zodat de vlieg niet binnenkomt. Daarna maak ik het bed op en leg ik de deken recht. Ik leg de schone kleren in een doos en leg de sleutel op de tafel. Ook zet ik een stoel bij het raam om te lezen. Als alles goed is, voel ik rust in mijn huis.
6. En la tarde
's middags
tengo
Ik heb
un momento
een moment
de paz.
van rust.
Me siento
Ik ga zitten
en el asiento,
op de stoel,
cerca de la ventana,
bij het raam,
y escribo
en ik schrijf
una lista
een lijst
en papel.
op papier.
En la lista
op de lijst
pongo:
Ik zet:
ropa,
kleren,
llave,
sleutel,
teléfono
telefoon
y regalo.
en cadeau.
También
Ook
anoto
Ik noteer
un récord
een record
del juego
van het spel
con la pelota,
met de bal,
para recordarlo.
om het te onthouden.
Si un día
Als op een dag
salgo
ik ga weg
con público,
met publiek,
quiero
Ik wil
estar
zijn
listo.
klaar.
Guardo
Ik bewaar
el papel
het papier
en una caja pequeña
in een kleine doos
bajo la mesa.
onder de tafel.
Luego
Daarna
voy
Ik ga
a la habitación,
naar de kamer,
miro
Ik kijk
la cama
het bed
y arreglo
en ik maak netjes
la cubierta
de deken
y el vestido.
en de jurk.
's Middags heb ik een rustig moment. Ik ga op de stoel zitten, dicht bij het raam, en ik schrijf een lijst op papier. Op de lijst zet ik: kleren, sleutel, telefoon en cadeau. Ik noteer ook een record van het spel met de bal, om het te onthouden. Als ik op een dag met publiek uitga, wil ik klaar zijn. Ik bewaar het papier in een kleine doos onder de tafel. Daarna ga ik naar de kamer, kijk naar het bed en maak de deken en de jurk netjes.
7. Un día
Op een dag
entra
zij komt binnen
una mosca
een vlieg
por la puerta.
door de deur.
Yo abro
Ik open
la ventana
het raam
para que
zodat
salga,
zij gaat weg,
pero
maar
la mosca
de vlieg
se queda.
zij blijft.
Entonces
Dan
uso
Ik gebruik
una caja
een doos
para atraparla.
om haar te vangen.
La mosca
De vlieg
baja
zij gaat naar beneden
al suelo
naar de vloer
y yo uso
en ik gebruik
fuerza
kracht
para mover
om te verplaatsen
la caja
de doos
sin romperla.
zonder haar te breken.
Mi hermana
mijn zus
mira
zij kijkt
y se ríe;
en zij lacht;
su risa
haar lach
llena
zij vult
la habitación.
de kamer.
Luego
Daarna
la mosca
de vlieg
sale.
zij gaat weg.
Cierro
Ik sluit
la puerta
de deur
con la llave,
met de sleutel,
me siento
ik ga zitten
en el asiento
op de stoel
y vuelvo
en ik ga terug
a la mesa.
naar de tafel.
Así
Zo
mi hogar
mijn huis
tiene
het heeft
paz
rust
otra vez.
weer.
Todo
alles
está
het is
tranquilo.
rustig.
Op een dag komt er een vlieg door de deur binnen. Ik open het raam zodat ze weggaat, maar de vlieg blijft. Dan gebruik ik een doos om haar te vangen. De vlieg gaat naar de vloer en ik gebruik kracht om de doos te verplaatsen zonder haar te breken. Mijn zus kijkt en lacht; haar lach vult de kamer. Daarna gaat de vlieg weg. Ik sluit de deur met de sleutel, ga op de stoel zitten en ga terug naar de tafel. Zo heeft mijn huis weer rust. Alles is rustig.
Onjuistheid in dit verhaal gevonden? Laat het ons weten!