8. Tom empieza su calentamiento en la cinta de correr. Camina rápido durante unos minutos y luego empieza a correr. Su corazón late más rápido y comienza a sudar. Siente que su cuerpo se despierta. Después de correr, se dirige al área de pesas. Quiere entrenar las piernas, así que hace sentadillas, extensiones de piernas, curl de piernas y la prensa de piernas.
Tom
Hij/zij begint
zijn warming-up
op
de loopband.
Hij/zij loopt
snel
een paar minuten lang
en daarna
Hij/zij begint
te rennen.
Zijn hart
Hij/zij klopt
sneller
En hij/zij begint
te zweten.
Hij/zij voelt
dat
zijn lichaam
Hij/zij wordt wakker.
Na het rennen,
Hij/zij gaat
naar het gedeelte met de gewichten.
Hij/zij wil
trainen
de benen,
dus
Hij/zij doet
squats,
beenextensies,
beencurls
en het beenpers-apparaat.
Tom begint zijn warming-up op de loopband. Hij loopt eerst snel een paar minuten en daarna begint hij te rennen. Zijn hart klopt sneller en hij begint te zweten. Hij voelt dat zijn lichaam wakker wordt. Na het rennen gaat hij naar het gedeelte met de gewichten. Hij wil zijn benen trainen, dus hij doet squats, beenextensies, beencurls en het beenpers-apparaat.