Jonge, vloeiende en boeiende Franse vrouwenstem met een Parijs accent
Standaard accent
Les noms français les plus courants – Concepts fondamentaux
(De meest voorkomende Franse zelfstandige naamwoorden – Kernbegrippen)
1. Chaque matin,
Elke ochtend,
je regarde
ik kijk
le temps
het weer
sur mon téléphone.
op mijn telefoon.
Dans le monde,
In de wereld,
la vie
het leven
va
gaat
vite,
snel,
mais je prends
maar ik neem
cinq minutes.
vijf minuten.
Parfois
Soms
le temps
het weer
est
is
gris,
grijs,
et je vois
en ik zie
quand même
toch
le soleil
de zon
dans la rue.
in de straat.
Je choisis
Ik kies
une chose simple:
iets simpels:
boire
drinken
de l’eau
water
et ouvrir
en openen
la fenêtre.
het raam.
Ensuite
Daarna
je note
ik noteer
un point important
een belangrijk punt
pour la journée,
voor de dag,
comme une petite tâche.
als een kleine taak.
Le soir,
's avonds,
je relis
ik lees terug
ce point
dit punt
et je vois si
en ik zie of
je l’ai
ik heb het
fait.
gedaan.
Cela
Dat
m’aide
helpt mij
à vivre
om te leven
plus tranquille.
rustiger.
Elke ochtend kijk ik op mijn telefoon naar het weer. In de wereld gaat het leven snel, maar ik neem vijf minuten. Soms is het weer grijs, en toch zie ik de zon in de straat. Ik kies iets simpels: water drinken en het raam openen. Daarna noteer ik een belangrijk punt voor de dag, als een kleine taak. 's Avonds lees ik dit punt terug en ik zie of ik het heb gedaan. Dat helpt mij om rustiger te leven.
2. En classe de français,
In de Franse les,
la prof
de leraar
fait
maakt
une liste.
een lijst.
Pour chaque cas,
Voor elk geval,
elle demande
zij vraagt
le nom,
de naam,
puis
dan
elle coche
zij vinkt aan
une case.
een vakje.
Nous sommes
Wij zijn
une petite partie
een klein deel
du grand groupe
van de grote groep
de l’école,
van de school,
et nous travaillons
en wij werken
ensemble.
samen.
Dans un cas spécial,
In een speciaal geval,
une personne
een persoon
est
is
absente,
afwezig,
alors
dus
le groupe
de groep
attend.
wacht.
Quand
Wanneer
je ne comprends pas,
ik begrijp niet,
je lève
ik hef
la main
mijn hand
et je répète
en ik herhaal
mon nom.
mijn naam.
Après le cours,
Na de les,
je parle
ik praat
avec deux personnes
met twee mensen
de ma partie
van mijn deel
de la salle.
van het lokaal.
In de Franse les maakt de leraar een lijst. Voor elk geval vraagt ze de naam en vinkt ze een vakje aan. Wij zijn een klein deel van de grote groep van de school en wij werken samen. In een speciaal geval is iemand afwezig, dus de groep wacht. Als ik het niet begrijp, steek ik mijn hand op en herhaal ik mijn naam. Na de les praat ik met twee mensen uit mijn deel van het lokaal.
3. À la maison,
Thuis,
je range
ik ruim op
mes objets
mijn spullen
par genre.
per soort.
Je mets
Ik zet
le même type
hetzelfde soort
de livres
boeken
sur une étagère et
op een plank en
le même type
hetzelfde soort
de stylos
pennen
dans une boîte.
in een doos.
Je compte
Ik tel
le nombre
het aantal
de cahiers,
schriften,
parce que
omdat
j’en ai
ik heb er
trop.
te veel.
Ma façon
Mijn manier
est
is
simple:
simpel:
je garde
ik bewaar
ce que
wat
j’utilise
ik gebruik
et je donne
en ik geef
le reste.
de rest.
Le week-end,
In het weekend,
je refais
ik doe opnieuw
ce tri,
deze sortering,
et je vérifie
en ik controleer
le nombre
het aantal
de pages
pagina’s
dans chaque cahier.
in elk schrift.
Avec cette façon,
Met deze manier,
mon bureau
mijn bureau
reste
blijft
propre
netjes
et je travaille
en ik werk
mieux.
beter.
Thuis ruim ik mijn spullen per soort op. Ik zet hetzelfde soort boeken op een plank en hetzelfde soort pennen in een doos. Ik tel het aantal schriften, omdat ik er te veel heb. Mijn manier is simpel: ik bewaar wat ik gebruik en ik geef de rest weg. In het weekend doe ik deze sortering opnieuw en ik controleer het aantal pagina’s in elk schrift. Met deze manier blijft mijn bureau netjes en ik werk beter.
4. En mai,
In mei,
je vais
ik ga
au marché
naar de markt
avec un peu d’argent.
met een beetje geld.
Je veux
Ik wil
acheter
kopen
un petit truc
een klein ding
pour la cuisine,
voor de keuken,
comme
zoals
une cuillère
een lepel
en bois.
van hout.
Je demande
Ik vraag
le prix
de prijs
et j’écoute
en ik luister
bien
goed
chaque mot,
elk woord,
car
want
je pratique
ik oefen
le français.
het Frans.
Si je n’ai pas assez d’argent,
Als ik niet genoeg geld heb,
je choisis
ik kies
un autre truc,
een ander ding,
plus simple.
simpeler.
Le vendeur
De verkoper
sourit
glimlacht
et il répète
en hij herhaalt
le mot “merci”,
het woord “merci”,
puis
dan
“au revoir”.
“tot ziens”.
À la maison,
Thuis,
j’écris
ik schrijf
ce mot
dit woord
dans mon carnet
in mijn notitieboekje
pour le revoir
om het weer te zien
demain.
morgen.
In mei ga ik naar de markt met een beetje geld. Ik wil iets kleins kopen voor de keuken, zoals een houten lepel. Ik vraag de prijs en ik luister goed naar elk woord, want ik oefen Frans. Als ik niet genoeg geld heb, kies ik iets anders, simpeler. De verkoper glimlacht en hij herhaalt het woord “merci”, dan “au revoir”. Thuis schrijf ik dit woord in mijn notitieboekje om het morgen weer te zien.
5. En janvier,
In januari,
je commence
ik begin
une petite recherche
een klein onderzoek
sur ma ville.
over mijn stad.
Je vais
Ik ga
à la bibliothèque
naar de bibliotheek
et je lis
en ik lees
des pages faciles.
makkelijke pagina's.
Un mec du quartier
Een man uit de buurt
me parle
praat met mij
d’une rue ancienne
over een oude straat
et d’un vieux café.
en over een oud café.
Je note
Ik noteer
ses idées
zijn ideeën
et je continue
en ik ga verder
la recherche
het onderzoek
chez moi.
bij mij thuis.
Je regarde
Ik kijk
aussi
ook
des photos
foto's
sur internet,
op internet,
mais je choisis
maar ik kies
des sources simples.
simpele bronnen.
Chaque jour,
Elke dag,
je cherche
ik zoek
une information nouvelle
nieuwe informatie
et je fais
en ik maak
une liste courte.
een korte lijst.
Cette recherche
Dit onderzoek
m’aide
helpt mij
à mieux comprendre
om beter te begrijpen
mon quartier.
mijn buurt.
In januari begin ik een klein onderzoek over mijn stad. Ik ga naar de bibliotheek en ik lees makkelijke pagina's. Een man uit de buurt praat met mij over een oude straat en over een oud café. Ik noteer zijn ideeën en ik ga thuis verder met het onderzoek. Ik kijk ook naar foto's op internet, maar ik kies simpele bronnen. Elke dag zoek ik één nieuw stukje informatie en ik maak een korte lijst. Dit onderzoek helpt mij om mijn buurt beter te begrijpen.
6. Quand je vais
Wanneer ik ga
au travail,
naar het werk,
je lis
ik lees
les panneaux
de borden
pour trouver
om te vinden
la bonne direction.
de goede richting.
Parfois
Soms
je marche,
ik loop,
parfois
soms
je prends
ik neem
le bus,
de bus,
selon
volgens
le mode
de manier
que je choisis
die ik kies
et la météo.
en het weer.
Au bout
Aan het einde
de la rue,
van de straat,
je tourne
ik draai
à gauche
naar links
et je vois
en ik zie
un petit café.
een klein café.
Dans ce mode calme,
In deze rustige modus,
je prends
ik neem
mon temps
mijn tijd
et je respire.
en ik adem.
Si je me perds,
Als ik verdwaal,
je demande
ik vraag
la direction
de richting
à une personne,
aan iemand,
ou je regarde
of ik kijk
une carte.
een kaart.
Après quelques jours,
Na een paar dagen,
je connais
ik ken
le bout
het einde
du trajet
van de route
par cœur.
uit het hoofd.
Wanneer ik naar mijn werk ga, lees ik de borden om de goede richting te vinden. Soms loop ik, soms neem ik de bus, afhankelijk van de manier die ik kies en van het weer. Aan het einde van de straat draai ik naar links en ik zie een klein café. In deze rustige modus neem ik mijn tijd en ik adem. Als ik verdwaal, vraag ik de richting aan iemand, of ik kijk op een kaart. Na een paar dagen ken ik het einde van de route uit het hoofd.
7. Pour apprendre,
Om te leren,
je fais
ik maak
une condition simple:
een simpele regel:
un peu de français
een beetje Frans
chaque jour.
elke dag.
La langue
De taal
est
is
nouvelle
nieuw
pour moi,
voor mij,
alors
dus
je commence
ik begin
avec des phrases courtes
met korte zinnen
et des mots utiles.
en nuttige woorden.
Je parle
Ik praat
avec des amis
met vrienden
et je répète
en ik herhaal
les sons
de klanken
lentement.
langzaam.
Si la condition
Als de regel
est
is
difficile,
moeilijk,
je change
ik verander
le rythme
het tempo
et je fais
en ik doe
moins,
minder,
mais je continue.
maar ik ga door.
Je mets
Ik plak
aussi
ook
des étiquettes
etiketten
dans la cuisine,
in de keuken,
pour voir
om te zien
la langue
de taal
partout.
overal.
Avec cette condition,
Met deze regel,
la langue
de taal
devient
wordt
plus claire,
duidelijker,
et je gagne
en ik krijg
confiance.
vertrouwen.
Om te leren maak ik een simpele regel: elke dag een beetje Frans. De taal is nieuw voor mij, dus ik begin met korte zinnen en nuttige woorden. Ik praat met vrienden en ik herhaal de klanken langzaam. Als de regel moeilijk is, verander ik het tempo en ik doe minder, maar ik ga door. Ik plak ook etiketten in de keuken, om de taal overal te zien. Met deze regel wordt de taal duidelijker, en ik krijg vertrouwen.
Onjuistheid in dit verhaal gevonden? Laat het ons weten!