1. MaisMaar× les gensde mensen× du milieu?van het midden?× IlsZij× onthebben× assez.genoeg.× IlsZij× sontzijn× en bonne santé.gezond.× IlsZij× dormentslapen× biengoed× la nuit.'s nachts.× MêmeZelfs× les roisde koningen× voudraientzouden willen× êtrezijn× nésgeboren× dansin× la classe moyenne.de middenklasse.× Les sagesDe wijzen× d'autrefoisvan vroeger× lehet× disaientzeiden× aussi.ook.× IlsZij× voulaientwilden× justeprecies× assez.genoeg.× C'estDat is× ce quewat× tujij× as,hebt,× mon fils.mijn zoon.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsMaar de mensen van het midden? Zij hebben genoeg. Zij zijn gezond. Zij slapen goed 's nachts. Zelfs de koningen zouden in de middenklasse geboren willen zijn. De wijzen van vroeger zeiden het ook. Zij wilden precies genoeg. Dat is wat jij hebt, mijn zoon.
2. Mon pèreMijn vader× a continuéging door× àmet× parler.praten.× "Dans"In× la classe moyennede middenklasse× tuje× peuxkunt× avoirhebben× la paix.vrede.× TuJe× peuxkunt× avoirhebben× des amis.vrienden.× TuJe× peuxkunt× profitergenieten× des plaisirsvan plezieren× simples.eenvoudige.× TuJe× travailleswerkt× maismaar× pas tropniet te× dur.hard.× TuJe× ashebt× de l'argentgeld× maismaar× pas trop.niet te veel.× TuJe× n'as pashoeft niet× besoin dete× te battrevechten× pourvoor× du pain.brood.× TuJe× peuxkunt× vivreleven× honnêtementeerlijk× eten× mourirsterven× en paix."in vrede."× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsMijn vader ging door met praten. "In de middenklasse kun je vrede hebben. Je kunt vrienden hebben. Je kunt genieten van eenvoudige plezieren. Je werkt maar niet te hard. Je hebt geld maar niet te veel. Je hoeft niet te vechten voor brood. Je kunt eerlijk leven en in vrede sterven."
3. PuisToen× sa voixzijn stem× est devenuewerd× plusmeer× dure.hard.× "Mais"Maar× sials× tuje× vasgaat× en mer?naar zee?× TuJe× trouverasvindt× seulementalleen× la misère.ellende.× JeIk× te prévienswaarschuw je× maintenant.nu.× SiAls× tuje× pars,vertrekt,× tuje× souffriras.zult lijden.× TuJe× seraszult zijn× seul.alleen.× TuJe× auraszult hebben× faim.honger.× TuJe× affronteraszult tegenkomen× des tempêtesstormen× eten× des maladies."ziektes."× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsToen werd zijn stem harder. "Maar als je naar zee gaat? Je vindt alleen ellende. Ik waarschuw je nu. Als je vertrekt, zul je lijden. Je zult alleen zijn. Je zult honger hebben. Je zult stormen en ziektes tegenkomen."
4. IlHij× a commencébegon× àte× pleurerhuilen× quandtoen× ilhij× a parlésprak× deover× mon frèremijn broer× quidie× est mort.gestorven is.× "Ton frère"Je broer× ne× m'aluisterde× pas écouténiet naar mij× non plus.ook.× IlHij× voulaitwilde× êtrezijn× soldat.soldaat.× IlHij× voulaitwilde× la gloire.roem.× MaintenantNu× ilhij× estis× mortdood× dansin× un payseen land× étranger.vreemd.× Veux-tuWil jij× mourirsterven× loin dever van× chez toihuis× aussi?"ook?"× Mon pèreMijn vader× ne pouvaitkon niet× plusmeer× parler.praten.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsHij begon te huilen toen hij over mijn broer sprak die gestorven is. "Je broer luisterde ook niet naar mij. Hij wilde soldaat zijn. Hij wilde roem. Nu is hij dood in een vreemd land. Wil jij ook ver van huis sterven?" Mijn vader kon niet meer praten.
5. J'étaisIk was× touchégeraakt× pardoor× ce qu'wat× ilhij× a dit.zei.× Quel filsWelke zoon× neniet× ledat× seraitzou zijn× pas ??× J'aiIk heb× décidébesloten× de resterte blijven× à la maison.thuis.× J'oublieraisIk zou vergeten× la mer.de zee.× Je rendraisIk zou maken× mon pèremijn vader× heureux.gelukkig.× MaisMaar× ma décisionmijn beslissing× n'a pasheeft niet× duré.geduurd.× AprèsNa× quelques joursenkele dagen× je voulaisik wilde× partirvertrekken× encore.weer.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsIk was geraakt door wat hij zei. Welke zoon zou dat niet zijn? Ik heb besloten thuis te blijven. Ik zou de zee vergeten. Ik zou mijn vader gelukkig maken. Maar mijn beslissing heeft niet lang geduurd. Na enkele dagen wilde ik weer vertrekken.
6. J'aiIk heb× attendugewacht× quelques semaines.enkele weken.× PuisToen× j'aiik heb× parlégesproken× àmet× ma mère.mijn moeder.× Je pensaisIk dacht× qu'elledat zij× seraitzou zijn× plus facilemakkelijker× à convaincrete overtuigen× quedan× mon père.mijn vader.× "Mère,""Moeder,"× ai-je dit,zei ik,× "j'ai"ik ben× maintenantnu× dix-huit ans.achttien jaar.× Je ne peux pasIk kan niet× arrêterstoppen× de pensermet denken× aux voyages.aan reizen.× SiAls× je resteik blijf× icihier× je seraiik zal zijn× malheureuxongelukkig× pour toujours."voor altijd."× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsIk heb enkele weken gewacht. Toen heb ik met mijn moeder gesproken. Ik dacht dat zij makkelijker te overtuigen zou zijn dan mijn vader. "Moeder," zei ik, "ik ben nu achttien jaar. Ik kan niet stoppen met denken aan reizen. Als ik hier blijf zal ik voor altijd ongelukkig zijn."
7. "S'il te plaît,"Alsjeblieft,× parlepraat× àmet× père,"vader,"× ai-je continué.ging ik verder.× "Demande-lui"Vraag hem× de me laisserom mij te laten× fairemaken× justeslechts× un voyage.één reis.× SiAls× je n'aime pasik niet leuk vind× çahet× je rentreraiik kom terug× à la maison.naar huis.× Je promets.Ik beloof het.× Je travailleraiIk zal werken× deux foistwee keer× plus durzo hard× pour rattraperom in te halen× le tempsde tijd× perdu."verloren."× MaisMaar× ma mèremijn moeder× est devenuewerd× très fâchée.heel boos.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf Taaltips"Alsjeblieft, praat met vader," ging ik verder. "Vraag hem om mij slechts één reis te laten maken. Als ik het niet leuk vind kom ik naar huis terug. Ik beloof het. Ik zal twee keer zo hard werken om de verloren tijd in te halen." Maar mijn moeder werd heel boos.