1. Nous avonsWij hebben× bu.gedronken.× Nous avonsWij hebben× ri.gelachen.× EtEn× enin× une nuitéén nacht× j'aiheb ik× oubliévergeten× toutesal× mes promessesmijn beloften× àaan× Dieu.God.× J'aiIk heb× oubliévergeten× ma peur.mijn angst.× J'aiIk heb× oubliévergeten× la sagessede wijsheid× devan× mon père.mijn vader.× L'océanDe oceaan× étaitwas× calme.rustig.× Ma conscienceMijn geweten× aussi.ook.× J'aiIk heb× repousséweggeduwd× toutesalle× les penséesde gedachten× sérieuses.serieuze.× QuandWanneer× elleszij× essayaientprobeerden× de revenirterug te komen× jeik× buvaisdronk× plus de punch.meer punch.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsWij hebben gedronken. Wij hebben gelachen. En in één nacht heb ik al mijn beloften aan God vergeten. Ik heb mijn angst vergeten. Ik heb de wijsheid van mijn vader vergeten. De oceaan was rustig. Mijn geweten ook. Ik heb alle serieuze gedachten weggeduwd. Wanneer zij probeerden terug te komen, dronk ik meer punch.
2. EnIn× cinqvijf× ouof× sixzes× joursdagen× je me sentaisvoelde ik me× commeals× un vrai marin.een echte zeeman.× J'étaisIk was× fiertrots× deop× moi.mezelf.× J'avaisIk had× survécuoverleefd× àaan× ma première tempête.mijn eerste storm.× Je n'étais pasIk was geen× un lâche.lafaard.× J'auraisIk zou× des aventures.avonturen hebben.× Je verraisIk zou zien× le monde.de wereld.× Qu'est-ce queWat× mon pèremijn vader× savaitwist× devan× la vie?het leven?× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsIn vijf of zes dagen voelde ik me als een echte zeeman. Ik was trots op mezelf. Ik had mijn eerste storm overleefd. Ik was geen lafaard. Ik zou avonturen hebben. Ik zou de wereld zien. Wat wist mijn vader van het leven?
3. MaisMaar× j'étaisik was× un fou.een dwaas.× DieuGod× m'avaithad mij× donnégegeven× un avertissement.een waarschuwing.× La tempêteDe storm× étaitwas× une chanceeen kans× de faire demi-tour.om terug te keren.× J'aurais dûIk had moeten× écouter.luisteren.× La prochaine tempêteDe volgende storm× seraitzou zijn× beaucoup,veel,× beaucoupveel× plusmeer× mauvaise.erger.× ElleHij× me tueraitzou mij doden× presque.bijna.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsMaar ik was een dwaas. God had mij een waarschuwing gegeven. De storm was een kans om terug te keren. Ik had moeten luisteren. De volgende storm zou veel, veel erger zijn. Hij zou mij bijna doden.
4. SixZes× joursdagen× après avoir quitténa het verlaten van× HullHull× nous avons atteintbereikten wij× Yarmouth Roads.Yarmouth Roads.× C'étaitHet was× un endroiteen plaats× oùwaar× les bateauxboten× attendaientwachtten× le bon vent.op de goede wind.× Le ventDe wind× avait étéwas geweest× contretegen× nous.ons.× Notre voyageOnze reis× étaitwas× lent.langzaam.× Beaucoup deVeel× bateauxboten× de Newcastlevan Newcastle× étaientwaren× làdaar× aussi.ook.× Nous avons jetéWij wierpen× notre ancreons anker uit× eten× attendu.wachtten.× Nous sommes restésWij bleven× làdaar× septzeven× ouof× huitacht× jours.dagen.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsZes dagen na het verlaten van Hull bereikten wij Yarmouth Roads. Het was een plaats waar boten wachtten op de goede wind. De wind was tegen ons geweest. Onze reis was langzaam. Veel boten van Newcastle waren daar ook. Wij wierpen ons anker uit en wachtten. Wij bleven daar zeven of acht dagen.
5. Le ventDe wind× étaitwas× toujoursnog steeds× mauvais.slecht.× IlHij× soufflaitwaaide× duuit het× sud-ouest.zuidwesten.× NousWe× ne pouvions paskonden niet× remonteropvaren× la rivière.de rivier.× AprèsNa× quatrevier× joursdagen× le ventde wind× est devenuwerd× plussterker.× fort.× BeaucoupVeel× plus fort.sterker.× MaisMaar× nos marinsonze zeelieden× n'étaient paswaren niet× inquiets.ongerust.× IlsZe× disaientzeiden× quedat× Yarmouth RoadsYarmouth Roads× étaitwas× sûr.veilig.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsDe wind was nog steeds slecht. Hij waaide uit het zuidwesten. We konden de rivier niet opvaren. Na vier dagen werd de wind sterker. Veel sterker. Maar onze zeelieden waren niet ongerust. Ze zeiden dat Yarmouth Roads veilig was.
6. Notre ancreOns anker× étaitwas× forte.sterk.× Notre bateauOns schip× étaitwas× bon.goed.× AlorsDus× les hommesde mannen× buvaientdronken× eten× riaient.lachten.× IlsZe× racontaientvertelden× des histoires.verhalen.× IlsZe× jouaientspeelden× aux cartes.kaart.× J'essayaisIk probeerde× de fairete doen× commeals× eux.zij.× Je voulaisIk wilde× êtrezijn× un vrai marin.een echte zeeman.× ToutAlles× semblaitleek× bien.goed.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsOns anker was sterk. Ons schip was goed. Dus de mannen dronken en lachten. Ze vertelden verhalen. Ze speelden kaart. Ik probeerde hetzelfde te doen als zij. Ik wilde een echte zeeman zijn. Alles leek goed.
7. MaisMaar× le huitième matinde achtste ochtend× toutalles× a changé.veranderde.× Le ventDe wind× est devenuwerd× sauvage.wild.× Le capitaineDe kapitein× a ordonnébeval× àaan× tous les hommesalle mannen× de travailler.te werken.× "Descendez"Haal× les mâts de hune !"de marszeilen neer!"× a-t-il crié.riep hij.× "Attachez"Bind× tout !alles vast!× Préparez-vousBereid je voor× pourop× une tempête !"een storm!"× Les marinsDe zeelieden× ont sautésprongen op× pourom× obéir.te gehoorzamen.× IlsZe× savaientwisten× quedat× c'étaithet was× sérieux.serieus.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsMaar de achtste ochtend veranderde alles. De wind werd wild. De kapitein beval alle mannen te werken. "Haal de marszeilen neer!" riep hij. "Bind alles vast! Bereid je voor op een storm!" De zeelieden sprongen op om te gehoorzamen. Ze wisten dat het serieus was.