1. À midiOm twaalf uur× les vaguesde golven× étaientwaren× commeals× des montagnes.bergen.× Notre bateauOns schip× montaitging omhoog× eten× descendait,omlaag,× montaitomhoog× eten× descendait.omlaag.× L'eauHet water× s'écrasaitsloeg× surop× le pont.het dek.× Une fois,Eén keer,× deux fois,twee keer,× nouswij× avonshebben× penségedacht× quedat× notre ancreons anker× s'étaitwas× détachée.losgeraakt.× Le capitaineDe kapitein× aheeft× ordonnébevolen× de jeterte gooien× uneeen× autreander× ancre.anker.× MaintenantNu× nouswij× avionshadden× deux ankerstwee ankers× quidie× nousons× tenaient.vasthielden.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsOm twaalf uur waren de golven als bergen. Ons schip ging omhoog en omlaag, omhoog en omlaag. Het water sloeg op het dek. Eén keer, twee keer, dachten wij dat ons anker was losgeraakt. De kapitein beval een ander anker te gooien. Nu hadden wij twee ankers die ons vasthielden.
2. PuisToen× la vraie tempêtede echte storm× a frappé.sloeg toe.× JeIk× n'ai pasheb geen× de motswoorden× pourom× direte zeggen× commehoe× c'étaithet was× terrible.vreselijk.× MêmeZelfs× les vieux marinsde oude zeelieden× avaienthadden× peur.angst.× J'ai vuIk zag× la peurde angst× dansin× leurs yeux.hun ogen.× Le capitaineDe kapitein× passaitliep× devantlangs× ma cabinemijn hut× plusieurs fois.verschillende keren.× JeIk× l'ai entenduhoorde hem× murmurer :fluisteren:× "Seigneur,"Heer,× aie pitiéheb medelijden× de nous !"met ons!"× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsToen sloeg de echte storm toe. Ik heb geen woorden om te zeggen hoe vreselijk het was. Zelfs de oude zeelieden hadden angst. Ik zag de angst in hun ogen. De kapitein liep verschillende keren langs mijn hut. Ik hoorde hem fluisteren: "Heer, heb medelijden met ons!"
3. "Nous sommes"Wij zijn× tousallemaal× perdus !"verloren!"× continuait à murmurerbleef fluisteren× le capitaine.de kapitein.× "Nous sommes"Wij zijn× tousallemaal× des hommes morts !"dode mannen!"× QuandToen× le capitainede kapitein× a ditzei× ces motsdeze woorden× mon couragemijn moed× est mort.stierf.× Cet hommeDeze man× avait naviguéhad gevaren× pendantgedurende× trente ans.dertig jaar.× S'ilAls hij× avaithad× peurangst× nous étionswaren wij× condamnés.verdoemd.× Je suis restéIk bleef× dansin× ma cabine.mijn hut.× J'étaisIk was× gelébevroren× de peur.van angst.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf Taaltips"Wij zijn allemaal verloren!" bleef de kapitein fluisteren. "Wij zijn allemaal dode mannen!" Toen de kapitein deze woorden zei, stierf mijn moed. Deze man had dertig jaar gevaren. Als hij bang was, waren wij verdoemd. Ik bleef in mijn hut. Ik was bevroren van angst.
4. JeIk× ne pouvais paskon niet× bouger.bewegen.× JeIk× ne pouvais paskon niet× penser.denken.× J'avais riIk had gelachen× deom× la première tempête.de eerste storm.× J'avais buIk had gedronken× du punchpunch× eten× oubliévergeten× mes promessesmijn beloftes× à Dieu.aan God.× MaintenantNu× DieuGod× étaitwas× vraimentecht× fâché.boos.× Cette tempêteDeze storm× nous tueraitzou ons doden× tous.allemaal.× Il n'y avait pasEr was geen× d'échappatoireontsnapping× cette fois.deze keer.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsIk kon niet bewegen. Ik kon niet denken. Ik had gelachen om de eerste storm. Ik had punch gedronken en mijn beloftes aan God vergeten. Nu was God echt boos. Deze storm zou ons allemaal doden. Er was deze keer geen ontsnapping.
5. FinalementUiteindelijk× je me suis forcéheb ik mezelf gedwongen× àom× allerte gaan× surnaar× le pont.het dek.× Ce queWat× j'ai vuik zag× làdaar× me donnegeeft me× encorenog steeds× des cauchemars.nachtmerries.× La merDe zee× étaitwas× noirezwart× eten× blanchewit× d'écume.van schuim.× Des vaguesGolven× hauteshoog× commeals× des égliseskerken× s'écrasaientsloegen× surop× nous.ons.× Le ventDe wind× hurlaithuilde× commeals× milleduizend× démons.demonen.× Je me tenaisIk hield me× fortstevig vast× ouof× je seraisik zou× emporté.weggeblazen worden.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsUiteindelijk heb ik mezelf gedwongen om naar het dek te gaan. Wat ik daar zag geeft me nog steeds nachtmerries. De zee was zwart en wit van schuim. Golven hoog als kerken sloegen op ons. De wind huilde als duizend demonen. Ik hield me stevig vast of ik zou weggeblazen worden.
6. J'ai regardéIk heb gekeken× autour.om me heen.× DeuxTwee× bateauxboten× près dedichtbij× nousons× avaient coupéhadden gekapt× leurshun× mâts.masten.× Un autre bateauEen andere boot× à environongeveer× un milleeen mijl× était en train dewas aan het× couler.zinken.× Je l'ai regardéIk heb hem gezien× disparaîtreverdwijnen× sousonder× les vagues.de golven.× TousAl× ces hommesdie mannen× se noyaientverdronken× dansin× l'eauhet water× noirezwarte× eten× froide.koude.× DeuxTwee× autresandere× bateauxboten× s'étaient détachéswaren losgeraakt× devan× leurshun× ancres.ankers.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsIk heb om me heen gekeken. Twee boten dichtbij hadden hun masten gekapt. Een andere boot ongeveer een mijl ver was aan het zinken. Ik heb hem onder de golven zien verdwijnen. Al die mannen verdronken in het zwarte en koude water. Twee andere boten waren losgeraakt van hun ankers.
7. Ce soir-làDie avond× notre équipageonze bemanning× a suppliéheeft gesmeekt× le capitainede kapitein× deom× couperte kappen× nosonze× mâts.masten.× IlHij× ne voulait paswilde niet× lehet× faire.doen.× Un bateauEen boot× sanszonder× mâtsmasten× estis× sanszonder× défense.verdediging.× MaisMaar× le maître d'équipagede bootsman× a dit :zei:× "Si"Als× nous ne les coupons paswe ze niet kappen× le bateaude boot× coulera !"zal zinken!"× Le capitaineDe kapitein× aheeft× finalementuiteindelijk× accepté.toegestemd.× IlsZe× devaientmoesten× sauverredden× le bateau.de boot.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsDie avond heeft onze bemanning de kapitein gesmeekt om onze masten te kappen. Hij wilde het niet doen. Een boot zonder masten is zonder verdediging. Maar de bootsman zei: "Als we ze niet kappen zal de boot zinken!" De kapitein heeft uiteindelijk toegestemd. Ze moesten de boot redden.