1. Finalement,Eindelijk,× finalement,eindelijk,× nous avonswij hebben× atteintbereikt× la côte.de kust.× Des hommesMannen× onthebben× tirégetrokken× notre barqueonze boot× surop× le sable.het zand.× Nous étionsWij waren× saufs.veilig.× Vivants.Levend.× Je suisIk ben× tombégevallen× surop× la plagehet strand× eten× ne pouvais paskon niet× me lever.opstaan.× J'étaisIk was× vivantlevend× maismaar× je me sentaisik voelde me× mortdood× à l'intérieur.vanbinnen.× DieuGod× m'avaithad mij× sauvégered× maismaar× pourquoi ?waarom?× JeIk× neniet× lehet× méritaisverdiende× pas.niet.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsEindelijk, eindelijk, hadden wij de kust bereikt. Mannen trokken onze boot op het zand. Wij waren veilig. Levend. Ik was op het strand gevallen en kon niet opstaan. Ik was levend maar ik voelde me dood vanbinnen. God had mij gered maar waarom? Ik verdiende het niet.
2. Les gensDe mensen× devan× YarmouthYarmouth× étaientwaren× trèsheel× gentils.aardig.× IlsZij× nousons× onthebben× donnégegeven× de la nourritureeten× eten× des vêtementskleren× chauds.warme.× IlsZij× nousons× onthebben× donnégegeven× des endroitsplaatsen× pourom× dormir.te slapen.× Les fonctionnairesDe ambtenaren× devan× la villede stad× nousons× onthebben× donnégegeven× de l'argent.geld.× NousWij× pouvionskonden× allergaan× ànaar× LondresLonden× ouof× retournerterugkeren× ànaar× Hull.Hull.× IlsZij× nousons× onthebben× traitésbehandeld× commeals× des héroshelden× maismaar× je me sentaisik voelde me× commeals× un fou.een dwaas.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsDe mensen van Yarmouth waren heel aardig. Zij hebben ons eten en warme kleren gegeven. Zij hebben ons plaatsen gegeven om te slapen. De ambtenaren van de stad hebben ons geld gegeven. Wij konden naar Londen gaan of naar Hull terugkeren. Zij hebben ons als helden behandeld maar ik voelde me als een dwaas.
3. MaintenantNu× c'étaitwas het× ma chance.mijn kans.× JeIk× devaismoest× rentrerteruggaan× à la maison.naar huis.× JeIk× devaismoest× tombervallen× aux piedsaan de voeten× devan× mon pèremijn vader× eten× demandervragen× pardon.om vergiffenis.× IlHij× m'accueillerait.zou me verwelkomen.× CommeAls× le filsde zoon× prodigueverloren× dansin× la Biblede Bijbel× ilhij× tueraitzou doden× le veauhet kalf× grasvette× pourvoor× moi.mij.× IlHij× pensaitdacht× quedat× j'étaisik was× mort.dood.× QuelleWat een× joievreugde× deom× memij× voirte zien× vivant !levend!× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsNu was het mijn kans. Ik moest naar huis teruggaan. Ik moest aan de voeten van mijn vader vallen en om vergiffenis vragen. Hij zou me verwelkomen. Als de verloren zoon in de Bijbel zou hij het vette kalf voor mij doden. Hij dacht dat ik dood was. Wat een vreugde om mij levend te zien!
4. MaisMaar× je ne suis pasik ben niet× rentréteruggegaan× à la maison.naar huis.× Pourquoi ?Waarom?× JeIk× ne peux paskan niet× l'expliquer.het uitleggen.× Quelque chose de sombreIets duisters× meme× poussaitduwde× en avant.vooruit.× Mon espritMijn geest× disaitzei× "Rentre"Ga terug× à la maison !"naar huis!"× MaisMaar× mes piedsmijn voeten× ne voulaient paswilden niet× obéir.gehoorzamen.× Était-ceWas het× le destin ?het lot?× Était-ceWas het× le diable ?de duivel?× Étais-jeWas ik× maudit ?vervloekt?× JeIk× ne sais pas.weet het niet.× JeIk× saisweet× seulementalleen× quedat× jeik× ne suis pasniet ben× rentréteruggegaan× à la maison.naar huis.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsMaar ik ben niet naar huis teruggegaan. Waarom? Ik kan het niet uitleggen. Iets duisters duwde me vooruit. Mijn geest zei "Ga terug naar huis!" Maar mijn voeten wilden niet gehoorzamen. Was het het lot? Was het de duivel? Was ik vervloekt? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik niet naar huis ben teruggegaan.
5. Mon amiMijn vriend× m'a trouvéheeft me gevonden× aprèsna× trois jours.drie dagen.× IlHij× avaitzag× l'airer× terrible.vreselijk uit.× IlHij× avait changé.was veranderd.× La tempêteDe storm× avait briséhad gebroken× quelque choseiets× enin× lui.hem.× "Comment"Hoe× vas-tu?"gaat het met je?"× a-t-il demandévroeg hij× doucement.zachtjes.× Sa voixZijn stem× étaitwas× différente.anders.× Le garçonDe jongen× rieurlachende× était parti.was weg.× MaintenantNu× ilhij× ressemblaitleek× àop× un vieil homme.een oude man.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsMijn vriend heeft me na drie dagen gevonden. Hij zag er vreselijk uit. Hij was veranderd. De storm had iets in hem gebroken. "Hoe gaat het met je?" vroeg hij zachtjes. Zijn stem was anders. De lachende jongen was weg. Nu leek hij op een oude man.
6. Son pèreZijn vader× étaitwas× avecbij× lui.hem.× QuandToen× ilhij× a apprishoorde× quiwie× j'étaisik was× le vieux capitainede oude kapitein× est devenuwerd× trèsheel× sérieux.ernstig.× "Jeune homme,""Jongeman,"× a-t-il dit,zei hij,× "tu"je× ne doismoet× plus jamaisnooit meer× allergaan× en mer.naar zee.× Cette tempêteDeze storm× estis× l'avertissementde waarschuwing× de Dieuvan God× pourvoor× toi.jou.× TuJe× n'es pasbent niet× faitgemaakt× pourom× êtrete zijn× marin.zeeman.× RentreGa× ànaar× la maisonhuis× pendant quezolang× tuje× peux."kunt."× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsZijn vader was bij hem. Toen hij hoorde wie ik was werd de oude kapitein heel ernstig. "Jongeman," zei hij, "je moet nooit meer naar zee gaan. Deze storm is Gods waarschuwing voor jou. Je bent niet gemaakt om zeeman te zijn. Ga naar huis zolang je kunt."
7. "Votre fils"Uw zoon× arrêtera-t-ilzal stoppen× demet× naviguer?"varen?"× ai-je demandé.vroeg ik.× Le capitaineDe kapitein× a secouéschudde× la tête.zijn hoofd.× "C'est"Dat is× différent.anders.× C'estHet is× son travail.zijn werk.× C'estHet is× sa vie.zijn leven.× MaisMaar× toi?jij?× TuJe× es venukwam× pourvoor× l'aventure.het avontuur.× EtEn× regardekijk× ce quiwat× s'est passé!er gebeurd is!× Peut-être queMisschien× tuje× esbent× maudit.vervloekt.× Peut-être queMisschien× tuje× esbent× commezoals× JonasJonas× dansin× la Bible."de Bijbel."× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf Taaltips"Zal uw zoon stoppen met varen?" vroeg ik. De kapitein schudde zijn hoofd. "Dat is anders. Het is zijn werk. Het is zijn leven. Maar jij? Je kwam voor het avontuur. En kijk wat er gebeurd is! Misschien ben je vervloekt. Misschien ben je zoals Jonas in de Bijbel."