Comprare il necessario

(Noodzakelijke boodschappen doen)

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
La cassiera passa i prodotti e dice il totale.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
Decide di andare al minimarket all’angolo per comprare qualcosa da mangiare.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
Va alla cassa.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 10
È stata una visita molto semplice in un piccolo supermercato, ma ha trovato tutto quello che le serve e ha parlato solo in italiano.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
Quando torna indietro vede un grande frigo pieno di formaggi.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
Veronica trova il pane.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
Resta quattro giorni.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
Per lei è un buon inizio del suo viaggio in Italia.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 10
Il supermercato è piccolo e un po’ buio.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
Un commesso mette delle scatole su uno scaffale.