Comprare il necessario

(Noodzakelijke boodschappen doen)

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
Decide di comprare una burrata fresca.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
Veronica è appena arrivata a Roma per un breve viaggio di lavoro.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
Il supermercato è piccolo e un po’ buio.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 10
Sceglie un pane semplice e lo mette nel cestino.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
“No, non è necessario”, dice Veronica.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
È abbastanza per stasera.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
È la sua prima sera in città, è un po’ stanca e ha fame.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
Il commesso indica un angolo.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 10
Trova una grande bottiglia di acqua e la mette nel cestino.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
“Vengo con lei?”, chiede.