1. Enfin, on prépare le vin pour la mise en bouteille. On peut le clarifier ou le filtrer pour qu’il soit clair et stable. La mise en bouteille, c’est comme fermer une porte : on scelle le vin pour qu’il puisse voyager, se reposer, puis être ouvert plus tard — à table, avec des gens.
Ten slotte,
we maken klaar
de wijn
voor
het bottelen.
we kunnen
hem helder maken
of hem filteren
zodat hij is
helder
en stabiel.
Het bottelen,
het is
zoals
sluiten
een deur:
we sluiten af
de wijn
zodat hij kan
reizen,
rusten,
en dan
open zijn
later —
aan tafel,
met mensen.
Ten slotte maken we de wijn klaar om hem te bottelen. We kunnen de wijn helder maken of filteren. Zo is hij helder en stabiel. Bottelen is als een deur dichtdoen: we sluiten de wijn af. Daarna kan hij reizen en rusten, en later openen we hem aan tafel met andere mensen.