15. Giulia e Marco si guardano. Sorridono per il cameriere lento. C'è un silenzio confortevole. Marco si schiarisce la gola. “Scusi… possiamo darci del tu?” chiede con un sorriso. “Siamo giovani e Chiara ci ha presentati come amici.”
Giulia en Marco
zij kijken elkaar aan.
zij glimlachen
om de trage ober.
Er is
een fijne stilte.
Marco
hij schraapt
zijn keel.
“Pardon…
mogen wij
tutoyeren?”
vraagt hij
met een glimlach.
“Wij zijn
jong
en Chiara
ons heeft
voorgesteld
als vrienden.”
Giulia en Marco kijken elkaar aan. Ze glimlachen om de trage ober. Er valt een fijne stilte. Marco schraapt zijn keel. “Pardon… mogen we tutoyeren?” vraagt hij met een glimlach. “We zijn jong, en Chiara heeft ons als vrienden voorgesteld.”