1. Subito il vento ha iniziato a soffiare. Le onde sono diventate sempre più grandi. Non ero mai stato su una nave prima. Mi sono sentito terribilmente male. Il mio stomaco girava. La mia testa girava. Ma peggio del malessere era la paura.
Meteen
de wind
hij heeft
begonnen
te waaien.
De golven
zij zijn
geworden
steeds groter.
Ik was nooit
geweest
op een schip
eerder.
Ik heb me
gevoeld
vreselijk
slecht.
Mijn maag
hij draaide.
Mijn hoofd
hij draaide.
Maar
erger
dan het ongemak
het was
de angst.
Meteen begon de wind te waaien. De golven werden steeds groter. Ik was nog nooit eerder op een schip geweest. Ik voelde me vreselijk slecht. Mijn maag draaide. Mijn hoofd draaide. Maar erger dan het ongemak was de angst.