1. Il giovane risponde: “Gianni, se così piace al signore”. Poi dice: “Mi chiamo Gianni Gambalesta”. Spiega che “Gambalesta” è un soprannome. Il soprannome resta perché lui sa sempre trarsi d’impaccio, cioè uscire dai problemi. Dice che è un ragazzo onesto. Poi dice anche che ha fatto molti mestieri. È stato cantante ambulante e cavallerizzo in un circo. Ha imitato Léotard nei voli aerei e Blondin sulla corda. Poi è stato professore di ginnastica e sergente dei pompieri a Parigi, e nel suo stato di servizio ci sono diversi incendi notevoli.
De jonge man
hij antwoordt:
“Gianni,
als het zo bevalt
de meneer”.
Dan
hij zegt:
“ik heet
Gianni Gambalesta”.
Hij legt uit
dat
“Gambalesta”
het is
een bijnaam.
De bijnaam
hij blijft
omdat
hij weet
altijd
zich redden,
dat is
uit de problemen komen.
Hij zegt
dat
hij is
een eerlijke jongen.
Dan
hij zegt
ook
dat
hij heeft
gedaan
veel beroepen.
Hij is
geweest
rondreizende zanger
en paardrijder
in een circus.
Hij heeft
nagebootst
Léotard
in de lucht
en Blondin
op het touw.
Dan
hij is
geweest
gymnastiekleraar
en sergeant
van de brandweer
in Parijs,
en in zijn staat
van dienst
er zijn
verschillende belangrijke branden.
De jonge man antwoordt: “Gianni, als de meneer dat goed vindt.” Daarna zegt hij: “Ik heet Gianni Gambalesta.” Hij legt uit dat “Gambalesta” een bijnaam is. De bijnaam blijft, omdat hij zich altijd uit problemen weet te redden. Hij zegt dat hij een eerlijke jongen is en dat hij veel beroepen heeft gedaan. Hij is een rondreizende zanger en een paardrijder in een circus geweest. Later was hij gymnastiekleraar en sergeant bij de brandweer in Parijs, en in zijn staat van dienst staan verschillende belangrijke branden.