Anna in Panetteria

Anna in de Bakkerij

Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
1 / 15
Situatie: je zegt tegen één persoon wat die persoon zegt.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Jij zegt goedemorgen”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
2 / 15
Situatie: je wijst focaccia aan in de vitrine.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Dit is de focaccia”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
3 / 15
Situatie: je oefent een groet met meerdere mensen.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Wij zeggen goedemorgen”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
4 / 15
Situatie: je vertelt wat Anna doet als ze klaar is.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Anna gaat naar buiten”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
5 / 15
Situatie: je zegt tegen één persoon wat die persoon wil doen.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Jij wilt kopen”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
6 / 15
Situatie: je zegt tegen iemand wat die persoon doet.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Jij gaat de winkel binnen”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
7 / 15
Situatie: je vertelt wat Anna aanwijst.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Anna wijst het brood aan”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
8 / 15
Situatie: je vertelt wat jij doet terwijl iemand praat.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Ik luister”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
9 / 15
Situatie: je praat over jullie samen na het kopen.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Wij eten de focaccia”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
10 / 15
Situatie: je vertelt wat Anna doet in Rome.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Anna gaat de winkel binnen”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
11 / 15
Situatie: je betaalt aan de toonbank.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Ik betaal drie euro”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
12 / 15
Situatie: je zegt tegen iemand wat die persoon ziet.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Jij ziet een bakkerij”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
13 / 15
Situatie: je praat over jou en iemand anders.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Wij hebben honger”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
14 / 15
Situatie: je beschrijft de laatste woorden van de bakker.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “De bakker zegt graag gedaan, fijne dag”?
Geef antwoord op de gestelde vraag in het Italiaans.
15 / 15
Situatie: je vertelt wat Anna betaalt.
Hoe zou je in het Italiaans zeggen “Anna betaalt vijf euro”?
Globe-mascotte met een krant

Love For Languages Nieuwsbrief

Mis nooit meer een nieuw verhaal of blogbericht!

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en mis nooit meer de publicatie van een nieuw verhaal of blogbericht. Eén keer per maand sturen we je een nieuwsbrief vol taalleertips en een overzicht van alle verhalen en boekhoofdstukken die zijn gepubliceerd.

Bekijk eerdere nieuwsbrieven