1. La tempêteDe storm× estis× devenuegeworden× plus forte.sterker.× Le bateauHet schip× montaitging omhoog× surop× des vaguesgolven× géantes.reusachtige.× PuisDan× ilhet× s'écrasaitstortte neer× dansin× des valléesdalen× profondesdiepe× d'eau.van water.× Chaque fois queElke keer dat× nouswe× descendionsnaar beneden gingen× jeik× pensaisdacht× quedat× nouswe× ne remonterions jamais.nooit meer omhoog zouden komen.× J'étaisIk was× certainzeker× quedat× nouswe× allionszouden× tousallemaal× mourir.sterven.× Les vaguesDe golven× seraientzouden zijn× ma tombe.mijn graf.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsDe storm is sterker geworden. Het schip ging omhoog op reusachtige golven. Dan stortte het neer in diepe waterdalen. Elke keer dat we naar beneden gingen, dacht ik dat we nooit meer omhoog zouden komen. Ik was zeker dat we allemaal zouden sterven. De golven zouden mijn graf zijn.
2. "Oh"Oh× Dieu!"God!"× ai-je prié.heb ik gebeden.× "Sauve-moi!"Red mij!× SiAls× tuu× me laissesmij laat× vivreleven× j'iraiga ik× ànaar× la maison.huis.× J'écouteraiIk zal luisteren× mon père.naar mijn vader.× Je n'iraiIk ga× plus jamaisnooit meer× en mer.naar zee.× Je promets!Ik beloof het!× Je voisIk zie× maintenantnu× qu'ildat hij× avaithad× raison.gelijk.× La vieHet leven× du milieuvan het midden× estis× la meilleure!"het beste!"× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf Taaltips"Oh God!" heb ik gebeden. "Red mij! Als u mij laat leven ga ik naar huis. Ik zal naar mijn vader luisteren. Ik ga nooit meer naar zee. Ik beloof het! Ik zie nu dat hij gelijk had. Het middelmatige leven is het beste!"
3. J'ai penséIk dacht× aux larmesaan de tranen× devan× mon père.mijn vader.× Je me suis souvenuIk herinnerde me× des avertissementsde waarschuwingen× devan× ma mère.mijn moeder.× Ma conscienceMijn geweten× me faisaitdeed× mal.pijn.× J'avais étéIk was geweest× un mauvais fils.een slechte zoon.× J'étais partiIk was vertrokken× sanszonder× permission.toestemming.× J'avais briséIk had gebroken× leur cœur.hun hart.× EtEn× maintenantnu× DieuGod× me punissait.strafte mij.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsIk dacht aan de tranen van mijn vader. Ik herinnerde me de waarschuwingen van mijn moeder. Mijn geweten deed pijn. Ik was een slechte zoon geweest. Ik was zonder toestemming vertrokken. Ik had hun hart gebroken. En nu strafte God mij.
4. TouteDe hele× la nuitnacht× la tempêtede storm× a continué.ging door.× J'ai faitIk deed× promessebelofte× aprèsna× promessebelofte× à Dieu.aan God.× Je seraisIk zou zijn× bon.braaf.× J'obéiraisIk zou gehoorzamen× toujoursaltijd× à× mes parents.mijn ouders.× S'il te plaît,Alstublieft,× s'il te plaît,alstublieft,× laisse-moilaat mij× vivre!leven!× ChaqueElke× vaguegolf× semblaitleek× prêteklaar× àom× nousons× tuer.te doden.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsDe hele nacht ging de storm door. Ik deed belofte na belofte aan God. Ik zou braaf zijn. Ik zou altijd mijn ouders gehoorzamen. Alstublieft, alstublieft, laat mij leven! Elke golf leek klaar om ons te doden.
5. MaisMaar× le matinde ochtend× suivantvolgende× quelque choseiets× a changé.was veranderd.× Le ventDe wind× est devenuwerd× plus calme.rustiger.× Les vaguesDe golven× sont devenueswerden× plus petites.kleiner.× Le soleilDe zon× est sorti.kwam tevoorschijn.× EtEn× soudainplotseling× l'océande oceaan× ne semblait pasleek niet× sizo× terrible.verschrikkelijk.× C'étaitHet was× mêmezelfs× assezvrij× beau.mooi.× Ma maladieMijn ziekte× était partie.was weg.× Ma peurMijn angst× a disparuverdween× aussi.ook.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsMaar de volgende ochtend was iets veranderd. De wind werd rustiger. De golven werden kleiner. De zon kwam tevoorschijn. En plotseling leek de oceaan niet zo verschrikkelijk. Het was zelfs vrij mooi. Mijn ziekte was weg. Mijn angst verdween ook.
6. Mon amiMijn vriend× m'a trouvévond mij× surop× le pont.het dek.× IlHij× a rilachte× eten× m'a tapéklopte op× l'épaule.mijn schouder.× "Tu"Je× avaiswas× peurbang× hier soir,gisteravond,× n'est-ce pas?nietwaar?× TuJe× pensaisdacht× quedat× ce petit ventdie kleine wind× nousons× tuerait?"zou doden?"× JeIk× ne pouvais paskon niet× croiregeloven× ses mots.zijn woorden.× "Petit vent?""Kleine wind?"× ai-je dit.zei ik.× "C'était"Het was× une tempêteeen storm× terrible!"verschrikkelijk!"× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsMijn vriend vond mij op het dek. Hij lachte en klopte op mijn schouder. "Je was bang gisteravond, nietwaar? Je dacht dat die kleine wind ons zou doden?" Ik kon zijn woorden niet geloven. "Kleine wind?" zei ik. "Het was een verschrikkelijke storm!"
7. IlHij× a rilachte× plus fort.harder.× "Ce n'était"Het was× rien!niets!× AttendsWacht× de voirtot je ziet× une vraie tempête.een echte storm.× TuJe× esbent× justegewoon× un nouveau marin.een nieuwe zeeman.× TuJe× apprendras.zult leren.× Viens,Kom,× buvonslaten we drinken× du punch.punch.× CélébronsLaten we vieren× ta première foisje eerste keer× en mer!"op zee!"× NousWe× sommes descendusgingen× sousonder× le ponthet dek× pour boire.om te drinken.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsHij lachte harder. "Het was niets! Wacht tot je een echte storm ziet. Je bent gewoon een nieuwe zeeman. Je zult leren. Kom, laten we punch drinken. Laten we je eerste keer op zee vieren!" We gingen onder het dek om te drinken.