1. ThenToen× hehij× gotwerd× angry.boos.× His sonZijn zoon× hadhad× toldverteld× himhem× my story.mijn verhaal.× What kind of foolWat voor dwaas× runsloopt× awayweg× fromvan× a good father?een goede vader?× What kind of foolWat voor dwaas× throwsgooit× awayweg× a comfortable life?een comfortabel leven?× IIk× wouldzou× notniet× sailvaren× withmet× youjou× againweer× forvoor× a thousand pounds!duizend pond!× YouJe× bringbrengt× bad luck!ongeluk!× YouJe× causeveroorzaakt× death!de dood!× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsToen werd hij boos. Zijn zoon had hem mijn verhaal verteld. "Wat voor dwaas loopt weg van een goede vader? Wat voor dwaas gooit een comfortabel leven weg? Ik zou niet weer met jou varen voor duizend pond! Je brengt ongeluk! Je veroorzaakt de dood!"