1. WeWij× drank.dronken.× WeWij× laughed.lachten.× AndEn× inin× one nightéén nacht× Iik× forgotvergat× allal× my promisesmijn beloften× toaan× God.God.× IIk× forgotvergat× my fear.mijn angst.× IIk× forgotvergat× my father'sde× wisdom.wijsheid van mijn vader.× The oceanDe oceaan× waswas× calm.kalm.× SoZo× waswas× my conscience.mijn geweten ook.× IIk× pushedduwde× awayweg× all serious thoughts.alle serieuze gedachten.× WhenToen× theyzij× triedprobeerden× toom te× returnterugkeren× Iik× drankdronk× more punch.meer punch.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsWij dronken. Wij lachten. En in één nacht vergat ik al mijn beloften aan God. Ik vergat mijn angst. Ik vergat de wijsheid van mijn vader. De oceaan was kalm. Zo was mijn geweten ook. Ik duwde alle serieuze gedachten weg. Toen zij probeerden terug te keren dronk ik meer punch.
2. IIk× cannotkan niet× describebeschrijven× my terror.mijn angst.× IIk× waswas× young.jong.× IIk× hadhad× nevernooit× seengezien× deathde dood× sozo× close.dichtbij.× ButMaar× worseerger× thandan× the fearde angst× ofvoor× deathde dood× waswas× my guilt.mijn schuld.× IIk× hadhad× brokengebroken× my promisesmijn beloftes× toaan× God.God.× IIk× hadhad× laughedgelachen× atom× HisZijn× firsteerste× warning.waarschuwing.× NowNu× HeHij× wouldzou× killdoden× me.mij.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsIk kan mijn angst niet beschrijven. Ik was jong. Ik had de dood nooit zo dichtbij gezien. Maar erger dan de angst voor de dood was mijn schuld. Ik had mijn beloftes aan God gebroken. Ik had om Zijn eerste waarschuwing gelachen. Nu zou Hij mij doden.
3. My father'sMijn vaders× wordswoorden× came backkwamen terug× tonaar× me.mij.× HeHij× washad× right.gelijk.× IIk× waswas× cursed.vervloekt.× The stormDe storm× grewwerd× worse.erger.× EvenZelfs× the oldde oude× sailorszeelieden× saidzeiden× theyze× hadhadden× nevernooit× seengezien× anythingzoiets× like it.nog.× Our shipOns schip× waswas× heavyzwaar× withmet× cargo.lading.× ItHet× rolledrolde× terribly.vreselijk.× EveryElke× fewpaar× minutesminuten× a sailoreen zeeman× would shout,riep:× "She's"Ze× going togaat× sink!"zinken!"× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsDe woorden van mijn vader kwamen terug naar mij. Hij had gelijk. Ik was vervloekt. De storm werd erger. Zelfs de oude zeelieden zeiden dat ze zoiets nog nooit hadden gezien. Ons schip was zwaar met lading. Het rolde vreselijk. Elke paar minuten riep een zeeman: "Ze gaat zinken!"
4. IIk× did not knowwist niet× whatwat× "sink""zinken"× meantbetekende× untiltotdat× someoneiemand× explaineduitlegde× it.het.× WhenAls× a shipeen schip× "sinks""zinkt"× orof× "founders""vergaat"× ithet× fillsloopt vol× withmet× waterwater× anden× goesgaat× tonaar× the bottomde bodem× ofvan× the sea.de zee.× EveryoneIedereen× drowns.verdrinkt.× NowNu× Iik× understood.begreep het.× WeWe× wouldzouden× allallemaal× diesterven× inin× thisdit× cold,koude,× darkdonkere× water.water.× Our bodiesOnze lichamen× wouldzouden× nevernooit× be found.gevonden worden.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsIk wist niet wat "zinken" betekende totdat iemand het uitlegde. Als een schip "zinkt" of "vergaat" loopt het vol met water en gaat naar de bodem van de zee. Iedereen verdrinkt. Nu begreep ik het. We zouden allemaal sterven in dit koude, donkere water. Onze lichamen zouden nooit gevonden worden.
5. ThenToen× Iik× sawzag× somethingiets× thatdat× frozedeed bevriezen× my blood.mijn bloed.× The captainDe kapitein× waswas× praying.aan het bidden.× The boatswainDe bootsman× waswas× praying.aan het bidden.× TheseDeze× hardharde× menmannen× whodie× fearedvreesden× nothingniets× werewaren× onop× their kneeshun knieën× beggingsmeekten× GodGod× forom× mercy.genade.× IfAls× theyzij× werewaren× prayingaan het bidden× wewe× werewaren× trulyecht× lost.verloren.× IIk× fellviel× toop× my kneesmijn knieën× too.ook.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsToen zag ik iets dat mijn bloed deed bevriezen. De kapitein was aan het bidden. De bootsman was aan het bidden. Deze harde mannen die niets vreesden waren op hun knieën en smeekten God om genade. Als zij aan het bidden waren, waren we echt verloren. Ik viel ook op mijn knieën.
6. InIn× the middlehet midden× ofvan× the nightde nacht× ithet× gotwerd× worse.erger.× A sailorEen zeeman× camekwam× runningrennend× fromvan× below.beneden.× "We"We× havehebben× a leak!"een lek!"× hehij× screamed.schreeuwde.× "Four"Vier× feet of watervoet water× inin× the hold!"het ruim!"× The captainDe kapitein× jumped up.sprong op.× "All"Alle× handshanden× toaan× the pumps!"de pompen!"× hehij× shouted.riep.× ThisDit× waswas× our lastonze laatste× chance.kans.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsMidden in de nacht werd het erger. Een zeeman kwam rennend van beneden. "We hebben een lek!" schreeuwde hij. "Vier voet water in het ruim!" De kapitein sprong op. "Alle handen aan de pompen!" riep hij. Dit was onze laatste kans.
7. My heartMijn hart× stopped.stopte.× IIk× fellviel× backterug× onop× my bed.mijn bed.× IIk× couldkon× notniet× move.bewegen.× WaterWater× waskwam× comingbinnen× in..× WeWe× wouldzouden× sink.zinken.× IIk× wouldzou× diesterven× herehier× inin× the coldde koude× darkdonkere× sea.zee.× ButMaar× the sailorsde zeelieden× pulledtrokken× meme× up.omhoog.× "You"Jij× too!"ook!"× theyze× said.zeiden.× "Everyone"Iedereen× mustmoet× pumppompen× orof× wewe× allallemaal× die!"sterven!"× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsMijn hart stopte. Ik viel terug op mijn bed. Ik kon niet bewegen. Water kwam binnen. We zouden zinken. Ik zou hier sterven in de koude donkere zee. Maar de zeelieden trokken me omhoog. "Jij ook!" zeiden ze. "Iedereen moet pompen of we sterven allemaal!"
8. SoDus× Iik× wentging× tonaar× the pumps.de pompen.× IIk× workedwerkte× harderharder× thandan× Iik× hadhad× everooit× workedgewerkt× inin× my life.mijn leven.× WeWe× allallemaal× did.deden het.× Our handsOnze handen× bled.bloedden.× Our backsOnze ruggen× broke.braken.× ButMaar× wewe× keptbleven× pumping.pompen.× The waterHet water× keptbleef× comingbinnenkomen× in..× WeWe× wereverloren× losing× the battle.de strijd.× The shipHet schip× wasstierf× dying..× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsDus ging ik naar de pompen. Ik werkte harder dan ik ooit in mijn leven had gewerkt. We deden het allemaal. Onze handen bloedden. Onze ruggen braken. Maar we bleven pompen. Het water bleef binnenkomen. We verloren de strijd. Het schip stierf.
9. The captainDe kapitein× firedvuurde af× gunskanonnen× toom× signalte vragen× forom× help.hulp.× BOOM!BOEM!× BOOM!BOEM!× IIk× hadhad× nevernooit× heardgehoord× ship'sscheeps× gunskanonnen× before.nog.× IIk× thoughtdacht× wewe× werebraken× breakinguit elkaar× apart..× IIk× faintedviel flauw× fromvan× fear.angst.× IIk× fellviel× downneer× onop× the deck.het dek.× AnotherEen andere× sailorzeeman× kickedschopte× meme× asideopzij× anden× tooknam× my placemijn plaats× atbij× the pump.de pomp.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsDe kapitein vuurde kanonnen af om hulp te vragen. BOEM! BOEM! Ik had nog nooit scheepskanonnen gehoord. Ik dacht dat we uit elkaar braken. Ik viel flauw van angst. Ik viel neer op het dek. Een andere zeeman schopte me opzij en nam mijn plaats bij de pomp.
10. WhenToen× Iik× wokewakker× upwerd× thingsdingen× werewaren× worse.erger.× The waterHet water× waswas× winning.aan het winnen.× WeWe× couldkonden× notniet× pumppompen× fastsnel× enough.genoeg.× The shipHet schip× was going toging× sink.zinken.× NothingNiets× couldkon× saveredden× us.ons.× ButMaar× thentoen× --× a miracle!een wonder!× A smallEen klein× shipschip× nearbij× usons× sentstuurde× a boat.een boot.× Langzamer0.7Langzaam0.85Normaal1Snel1.15Sneller1.3Vertaal paragraaf TaaltipsToen ik wakker werd waren de dingen erger. Het water was aan het winnen. We konden niet snel genoeg pompen. Het schip ging zinken. Niets kon ons redden. Maar toen - een wonder! Een klein schip bij ons stuurde een boot.